14-03-09

Biofeedback en ADHD

Wat kan neurofeedback betekenen in de behandeling van ADHD ?

 nexus_neurofeedback1

Inleiding.

Neurofeedback, ook EEG [1]biofeedback genoemd, is een begeleidingsvorm voor ADHD dat al een aantal jaren bestudeerd en gebruikt wordt.
In deze behandeling krijgen individuen onmiddellijke feedback (informatie) over hun hersengolven en worden ze geleerd hoe ze hun hersengolfactiviteiten kunnen wijzigen. Op een onbewuste wijze en via computerspelletjes trainen volwassenen en kinderen hun concentratie. Het is een leerproces. Op voorhand worden de grenzen vastgelegd waarin de hersengolven zich dienen te bewegen. Door middel van elektroden wordt de hersenactiviteit gemeten en indien de golven zich binnen de vooropgestelde waarden bevinden gaat bijv. een wagentje harder rijden of moet de proefpersoon een aapje doen klimmen enz… Dit is afhankelijk van de methode zoals Neuromatrix of Play Attention. De klassieke neurofeedback gebeurt als volgt: We citeren uit
http://www.add-adhd-plus.com/neurofeedback-verloop.html
Tijdens een sessie zit de behandelde persoon voor een computerscherm. Een drietal sensoren worden op de schedelhuid en de oren gekleefd, waarmee de EEG-signalen via een versterker naar het computerprogramma worden geleid. Daar worden in real-time filteringen uitgevoerd, en worden drempels ingesteld om vast te stellen wanneer de meetwaarden van bepaalde EEG-frequentiebanden boven of onder een ingestelde drempel komen. Al naargelang de instelling van het programma volgt feedback onder vorm van een vooruitlopend spel of film op het scherm, al dan niet gepaard gaande met geluid of muziek. Dit is de feedback aan de hand waarvan de hersenen getraind worden in de richting die door het programma bepaald wordt. Een sessie duurt meestal een halfuur. Op het einde van de sessie worden de scores genoteerd die tijdens de sessie behaald worden, om zo de evolutie te kunnen opvolgen. De behandelde persoon hoeft hierbij enkel rustig de voortgang van het feedbacksignaal in het oog te houden, zonder op een bewuste manier te trachten dit te beïnvloeden”Een nieuwe vorm is de chaoscontrole neurofeedback. Deze bestaat uit het volgende :Links centraal op de schedel komt een sensor alsook rechtscentraal, alsook twee senoren aan elk oor. Tijdens een sessie kijkt en luistert het kind (of volwassene) naar bewegende beelden of een film samen met het geluid. Slechts nu en dan zijn er heel korte onderbrekingen in beeld en geluid. Dit gebeurt op momenten dat in het EEG een begin van "turbulentie" optreedt in één of meerdere frequentiebanden links en/of rechts. Door deze korte onderbrekingen ontstaat een oriëntatiereactie waardoor de turbulentie verdwijnt. Dit verloopt op onbewust niveau. Hierdoor ontstaat er geleidelijk een wijziging van het EEG, waarbij meerdere frequentiebanden evenwichtiger zullen bijdragen tot het EEG. Hierdoor ontstaat er een verhoogde complexiteit, met als gevolg een (lichte) bewustzijnstransformatie waarbij het gedrag meer aangepast inspeelt op wisselende omstandigheden.”

Neurofeedback is gebaseerd op de bevindingen die voortvloeien uit het meten van de hersenactiviteit bij verscheidene individuen met ADHD. Daaruit blijkt dat deze mensen een verminderde activiteit vertonen op het prefrontale en frontale gebied (voorste delen) van de hersenen.

Binnen de medische en wetenschappelijke kringen bestaan er verschillende gezichtspunten over het nut van neuro-feedback bij de behandeling van ADHD. Aan de ene kant zijn er beroemde onderzoekers die stellen dat er een tekort is aan wetenschappelijke gegevens om het effect van die begeleidingsvorm te bewijzen. Andere onderzoekers halen aan dat er voldoende effect is van neurofeedback op ADHD.

In lezingen en vormingen die in Vlaanderen door vooraanstaande dokters verzorgd worden, horen we nimmer iets over de behandeling met neuro-feedback. Er wordt gewoon (nog) niet over gesproken!

Ook al bestaan  er  beloftevolle resultaten. Er blijft een behoefte aan bijkomende gecontroleerde studies om de potentiële voordelen van deze benadering te bepalen.

In een artikel uit het “Applied Psychophysiologie en Biofeedback” tijdschrift(Monstra 2002) wordt verslag gedaan over het effect van EEG biofeedback.

We hebben geen zicht op de wetenschappelijke degelijkheid van zowel dit tijdschrift als dit onderzoek zodat we de resultaten zeer voorzichtig moeten benaderen !!!

 

Aan de studie namen 100 kinderen deel (83 jongens/17 meisjes). De gemiddelde leeftijd bedroeg 10 jaar. (tussen 6-19 jaar). Bij het selecteren van de kinderen hanteerde men de DSM IV criteria, moesten de kinderen zwak scoren op een computer aandachttesten vertoonde de QEEG [2]scan een verstoord patroon.
De helft van de groep kreeg in de begeleiding neurofeedback, de nadere helft kreeg dit niet. Beide groepen kregen wel medicatie en verder was ook ouder- en schoolbegeleiding voorzien.

 

De begeleiding
De neurofeedback therapie gebeurde op wekelijkse basis en duurde 30 tot 40 minuten. Regelmatig werd een QEEG afgenomen om het trainingseffect na te gaan. De training duurde één jaar of tot het QEEG patroon normaal was.
Het gemiddeld aantal sessies nodig om dit te bereiken bedroeg 43.

Alle deelnemers kregen Rilatine ®  gedurende dit jaar. De gemiddelde dosis bedroeg 25 mg (verdeeld over drie innamen: 1 pilletje ’s morgens , 1 ’s middags en ½ in de late middag). Alle kinderen kregen de laagste dosis waarmee een normale score werd behaald op een computer aandachtstest.

De ouderbegeleiding bestond uit 10 sessies gevolgd door individuele consultaties, volgens noodzaak. Het gemiddelde aantal uren oudercontact gedurende deze 12 maanden bedroeg 25 uren in de groep met neurofeedback en 27 u bij de ander oudergroep. 

 

Resultaten

  1. Na één jaar begeleiding werden de kinderen geëvalueerd. Die evaluatie hield het volgende in:

¬            afname van een vragenlijst voor ADHD (ADDES) bij ouders en leerkracht.

¬            afname van de computertest voor aandacht (TOVA)

¬            de aandachtscore gebaseerd op een QEEG scan.

De evaluatie gebeurde onmiddellijk bij het beëindigen en een tweede keer nadat de deelnemers één week medicatievrij waren. Bij het begin van dit onderzoek was ook al eens zo’n afname gebeurd zodat eventuele verandering door therapie meetbaar was.

  1. Resultaten na één jaar – maar nog onder medicatie:

TOVA (computertest voor aandacht) : beide groepen scoren normaal wat te verwachten was aangezien de medicatie verder werd genomen.

Buiten de verwachtingen bleken de scores op de vragenlijsten voor ouders en leerkrachten zwak bij de groep die geen neurofeedback kreeg. De groep met neurofeedback scoorden normaal.

  1. Resultaten na één week zonder medicatie.

De groep zonder neurofeedback bleef duidelijk ADHD symptomen vertonen en ook de aandachttest en het QEEG scoorden zwak. In tegenstelling zag men in de groep met neurofeedback wel een positieve evolutie. Zelfs de activiteit van de hersenschors (gemeten met QEEG) viel binnen de normale waarde.

Om de invloed van de ouders in kaart te brengen, ging men na in welke mate de ouders systematisch gedragsveranderingtechnieken - uit de cursus - hadden toegepast.
Bij de groep zonder neurofeedback bleek dat het al of niet toepassen van de gedragsveranderingtechnieken weinig invloed had op het gedrag. Maar bij kinderen die neurofeedback kregen, lag dat anders. Daar was er wel sprake van een positief effect bij het systematische gebruik van gedragsveranderingtechnieken door ouders.

 

Besluit De resultaten van dit onderzoek geven aanwijzingen dat neurofeedback een belangrijke meerwaarde is in de behandeling van ADHD. Enkel de groep met neurofeedback vertoonde een blijvende verbetering van het gedrag, zelfs wanneer de medicatie (voor 1 week) werd stopgezet.
Belangrijk was ook de vaststelling dat het positieve effect meetbaar was op niveau van de hersenactiviteit . Het typische patroon voor ADHD van trage corticale hersengolven was verdwenen.!

 

Opmerkingen.

De bevindingen uit dit onderzoek zijn indrukwekkend maar zoals bij iedere studie moeten we ook de beperktheden zien.
Het is verrassend dat er geen verbetering vast te stellen was bij bevraging van ouders en leerkrachten mbt de ADHD-symptomen - zelfs als de kinderen medicatie namen. Want een uitgebreide (en betrouwbare) MTA studie
[3]liet wel een duidelijke gedragsverbetering zien bij behandeling met medicatie al of niet in combinatie met gedragsinterventies( en dit over een periode van 14 maand!).

De proefgroep kende een vrij grote leeftijdsspreiding 6-19 jaar. Het is niet bekend of de gemiddelde leeftijd tussen beide onderzoeksgroepen gelijkwaardig was.

Het feit dat de ene groep neurofeedback kreeg kan ook psychologisch ingewerkt hebben , zeker inzake de gedragsverandering. Blijft natuurlijk het verschil in hersengolven! Maar ook wat dit laatste betreft is er bij heel wat deskundigen scepticisme over het verband tussen dergelijke golven en ADHD. De deelnemers die neuro-feedback kregen dienden daar voor te betalen wat gezien de kost wel zal gezorgd hebben voor een hogere motivatie om de adviezen te volgen.

Tenslotte ontbreekt het bij dit onderzoek aan gegevens over de schoolse ontwikkeling. Nochtans is het leren een belangrijke indicator voor een positieve of negatieve evolutie (werking) van de aandacht.

 

Je merkt er bestaan nog heel wat vragen onduidelijkheden bij dergelijk onderzoek. Zo lang gerenommeerde deskundigen op een doorzichtige wijze geen onderzoek publiceren moet we heel argwanend blijven voor dergelijke publicaties. Met mooie woorden, en een pseudo wetenschappelijk taalgebruik is het verleidelijk om zo’n programma’s - die trouwens vaak duur zijn - voor efficiënt  aan te zien. Bovendien maakt men graag gebruik van zogenaamde NASA technieken wat ouders moet overhalen tot het volgen van zo’n begeleiding.




[1] EEG electro encephalogram

[2] Quantitatief EEG

[3] MTA Multimodal treatment study ADHD

19:02 Gepost door aan(ge)dacht in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adhd, neurofeedback, biofeedback, qeeg |  Facebook |

ADHD en slaapproblemen

 ADHD en SLAPEN §

ADHD van het impulsief-hyperactieve type of de gemengde vorm, gaat heel vaak gepaard met slaapproblemen.

De slaapproblemen komen bij sommige kinderen al voor juist na de geboorte: bij huibaby’s of baby’s die maar niet leerden doorslapen. Maar de meeste slaapproblemen samen met ADHD doen zich voor, vanaf 12 jaar. Net zoals ADHD niet verdwijnt rond de adolescentie, verdwijnt ADHD soms ook niet ’s nachts.!

Vroeger werden slaapstoornissen genoemd als kenmerk binnen het beeld van ADHD. Omdat er te weinig wetenschappelijk bewijs was liet men dit kenmerk vallen.

Volgens William Dodson [1] zou het criterium “slaapstoornis” in de diagnose voor volwassenen opgenomen worden in de DSM V in 2010! Nu worden de slaapproblemen ontzien of geassocieerd als een stoornis met een onduidelijke relatie tot ADHD. Slaapmoeilijkheden worden te vaak verkeerdelijk gelinkt aan de stimulerende medicatie voor ADHD!

Slaapproblemen bij ADHD behoren meestal tot de volgende 4  categorieën.

  1. Inslaapproblemen: Ongeveer ¾ van volwassenen met ADHD geven aan dat ze hun gedachten niet kunnen stoppen bij het slapen gaan. Velen beschrijven zichzelf als “nachtuilen” die een opstoot aan energie krijgen wanneer de zon ondergaat. Voorafgaand de puberteit hebben 10 tot 15 % van de kinderen problemen met inslapen. Dit is 2 x zowel als bij syndroomvrije kinderen. Met de leeftijd stijgt het aantal ADHD-ers met inslaapproblemen drastisch: aan 12,5 jaar ongeveer 50 % ; aan 30 jaar rapporteren meer dan 70 % van de ondervraagde ADHD-ers dat ze meer dan 1 uur “proberen” om in slaap te vallen.!
  2. Rusteloze slaap. Eens iemand met ADHD in slaap valt is zijn/haar slaap erg rusteloos. Ze draaien en keren. Ze worden van het geringste geluid wakker. Hun onrust is soms zo erg dat de partner kiest om in een afzonderlijk bed te slapen!
  3. Moeilijk ontwaken. Dr. Dodson meldt dat 80% van de volwassenen met ADHD in zijn praktijk verschillende malen wakker worden voor 4 uur in de morgen. ‘s Morgens zijn ze dan  zo moe dat ze de wekker niet horen. Ze zijn dan meestal niet uitgeslapen en humeurig. Vaak zeggen ze pas wakker te zijn tegen de middag!
  4. Indringende slaap. Zo lang een ADHD-volwassene gericht is, aandacht geeft of gemotiveerd is zijn er geen symptomen van slaapstoornissen. (hyperfocussen). Maar wanneer men de interesse voor de activiteit verliest zoeken de hersenen nieuwe interesses. Wordt de aandacht niet aangescherpt dan ontstaat een plotselinge slaperigheid zelf soms zo erg dat iemand in slaap valt. Dr. Maria Sigurdson vond bij EEG onderzoek dat er op dat moment “theta-golven” indringen tussen de alfa en beta aandachtsgolven. Het indringen van de thetagolven zien we bij de leerling die plots van zijn stoel valt. Dit verschijnsel zou levenslang blijven en kan zich dus ook voordoen bij het autorijden op een lange  - saaie – autosnelweg!


 

Tenslotte enkele tips van Dr. Dodson.

DOEN

NIET DOEN

¬            Drink een glas warme melk

¬            Alcohol drinken voor het slapen gaan

¬            Drink kamille thee

¬            Cafeïne houdende dranken of versnaperingen tot zich nemen (zoals koffie, chocolade...) minder dan 4 uur voor het slapen.

¬            Neem een warme douche of bad voor het slapen

¬            Neem een grote maaltijd voor het slapen. De maag heeft 4 uur nodig om dit te verteren.

¬            Neem een kleine snack

¬            Medicatie nemen voor het slapen gaan.

¬            Zoek hulp wanner je last hebt van het RLS syndroom (rusteloos gevoel in de benen)

 

 

 wake%20up%20call

WAT TE DOEN BIJ SLAAPPROBLEMEN ???????§

In de overgrote meerderheid van de gevallen moet geen enkel onderzoek worden uitgevoerd. Een slaaponderzoek (registratie van de slaap) is enkel aangewezen in complexe gevallen.
Slaapstoornissen bij kinderen komen meestal spontaan in orde, zeker als de ouders er passend op reageren.

  • Een goede levenshygiëne is een eerste vereiste.
  • is inderdaad belangrijk dat de ouders erop toezien dat het kind op vaste uren gaat slapen,
  • en rustige omgeving,
  • en licht avondmaal.
  • verhaaltje voorlezen en een waaklampje in de kamer laten branden kunnen het inslapen bevorderen.
  • de leeftijd van ongeveer 4 jaar kan ook een middagdutje nuttig zijn.


Als het kind 's nachts wakker wordt:

  • moet u het geruststellen,
  • daarna moet u het terug in zijn bedje leggen.


In geval van een nachtmerrie:

  • Luister naar het kind en troost het.
  • kind zal terug inslapen zodra het gerustgesteld is.
  • er eventueel 's anderendaags over spreken opdat het kind zijn angst zou kunnen verwoorden en u er misschien de reden van geven.
  • Het kan ook dat de nachtmerries niet ernstig zijn en een noodzakelijke fase in de evolutie vormen.
  • Bedplassen kan erop wijzen dat het kind niet genoeg slaapt, bijv. als het geen middagdutje meer doet. Het kind moet dan 's avonds vroeger gaan slapen ofwel laat u het 's morgens wat langer slapen, als dat mogelijk is.

Wat mag men niet doen?

  • Geen enkel geneesmiddel kan slaapstoornissen genezen behalve in geval van een ziekte die door een arts werd gediagnosticeerd.
  • Een kind dat weent (pavor nocturnus) of 's nachts opstaat (slaapwandelen) niet volledig wekken. Het kind zou er nog meer verward door raken.
  • De slaap van de allerkleinsten moet worden gerespecteerd. Het is geen probleem als de zuigeling een fles of borstvoeding overslaat. Maar als het kind wakker wordt van de honger, moet u het eten geven.
  • Een middagdutje is belangrijk voor kleine kinderen, maar mag niet te lang duren of te laat in de namiddag plaatsvinden, want dan zou de nachtelijke slaap eronder kunnen lijden.
  • Denk niet dat het kind beter zal slapen als u het later te slapen legt. Integendeel, het zal slaap te kort hebben en zou 's morgens vroeger kunnen ontwaken.
  • Laat het kind 's avonds geen spel spelen dat het agiteert of zenuwachtig maakt.
  • U mag ook niet de slechte gewoonte aankweken het kind te laten inslapen in uw armen of in uw bed. Als het dan 's nachts wakker wordt, zal het beseffen dat het alleen in de kamer ligt en beginnen wenen...

 http://www.teleac.nl/beterslapen/index.jsp?nr=574751

 

 



§ Gebaseerd op artikel uit ADDitude 2005

[1] Dr. Dodson is psychiater in Denver, Colorado (V.S.). Hij is gespecialiseerd in de behandeling van volwassenen met ADHD. Verder doet hij onderzoek naar slaapstoornissen.

§ overgenomen uit slaapstoornissen bij kinderen www.gezondheid.be

18:57 Gepost door aan(ge)dacht in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kinderen, adhd, slaapstoornissen |  Facebook |