15-05-12

ADHD A-Z verslag voordracht Prof. Dieter Baeyens

ADHDZ: ADHD van A tot Z

 

Op donderdag 29 maart was Prof. Dieter Baeyens te gast in het CC De Spil. In een uitverkochte zaal konden de toehoorders luisteren naar een anderhalf uur durende uiteenzetting over ADHD. Prof. Baeyens had zijn voordracht opgebouwd rond 5 vragen. We geven hier een relaas van deze boeiende avond.

 

Vraag 1: Komt ADHD vaker voor?

Er worden tal van redenen aangehaald om te staven dat ADHD meer voorkomt. Men verwijst daarbij naar voeding (teveel suikers), maatschappelijke veranderingen onder meer ouders die minder aanwezig zijn doordat ze beide werken, de kinderen die een druk leven lijden  en zo verder. De cijfers tonen aan dat ADHD wereldwijd in de lagere school voorkomt en dus niet te verklaren is vanuit onze jachtige levensstijl. Gemiddeld zou ADHD dus wereldwijd op lagere schoolleeftijd ongeveer 7% voor.

ADHD is geen fenomeen van de laatste jaren. Heinrich Hoffman beschrijft in 1845 een jongentje Filip genaamd die duidelijk het beeld vertoont van een ADHD jongentje. Begin 20ste eeuw is er een eerste wetenschappelijke bijeenkomst over impulsiviteit. Het is pas in de jaren 80 dat de naam ADHD voor het eerst wordt gebruikt.

Hoe we aankijken naar ADHD verandert wel. De nieuwe inzichten die voortspruiten uit onderzoek zorgt wel voor een bredere kijk op ADHD waardoor meer kinderen als dusdanig bestempeld worden.

Vandaag zijn de volgende kernsymptomen van kracht:

     aandachtstekort

     hyperactivieit-impulsiviteit

Deze symptomen moeten wel altijd aanwezig zijn en in meerdere situaties. Het gaat dus om een stabiel voorkomen.

Daarnaast weten we dat deze symptomen ook wel bij iedereen kan voorkomen maar bij ADHD gaat het om een ernstige uitingsvorm. Het gaat om een continuüm waarbij men stelt dat bij een bepaalde ernst we spreken van ADHD. Doen we dit niet en kijken we enkel naar het samen voorkomen van die kenmerken dan zou 20% als ADHD kunnen bestempeld worden.

Tergelijker tijd zorgen de symptomen van ADHD voor problemen in het dagelijks leven. Veel jongeren verliezen allerhande zaken. Volwassenen met ADHD zoeken voortdurend afwisseling op en dit kan bijvoorbeeld op relationeel vlak voor een zeker lijdensdruk zorgen. Op den duur wordt het zelfbeeld aangetast. Anderen gaan zich af reageren op anderen. En deze lijdensdruk is wat uit de lijstje op internet niet voorkomt.

En deze problematiek komt vanuit het kind zelf en moet dus voor de leeftijd van 7 jaar voorkomen.

Tenslotte mag ADHD niet het gevolg zijn van een andere stoornis zoals een leerstoornis of autisme.

 

Leerkrachten rapporteren ADHD sneller dan de ouders en de ouders op hun beurt meer problemen dan het kind zelf.

Op steeds jongere leeftijd wordt ADHD sneller gezien waardoor men de indruk heeft dat het meer voorkomt. De gedragskenmerken van het kind zelf zijn geen reden om te zeggen dat ADHD meer aanwezig is dan vroeger.


vraag 2: Is elk kind met ADHD druk en impulsief?

De indeling van ADHD gebeurt op basis van de drie belangrijkste kenmerken. Namelijk aandachtsproblemen, hyperactief gedrag en verhoogde impulsiviteit.

Je kan dus een aandachtsprobleem hebben zonder dat er sprake is van hyperactief/impulsief gedrag. Men spreekt dan van ADHD van het onoplettende type. In de volksmond spreekt men van ADD en deze vorm komt ongeveer 27% voor binnen de hulpverlening voor ADHD. ADHD van het gecombineerde type vormt ongeveer de helft van de kinderen met ADHD in de hulpverlening. Dit wil zeggen dat er naast aandachtsproblemen ook sprake is van een verhoogde impulsiviteit en hyperactiviteit. Slechts 18% van de kinderen met ADHD, met enkel een verhoogde bewegingsonrust en impulsiviteit zoeken hulp.Deze laatste vorm is een kleutervariant omdat hij vooral op jonge leeftijd gezien wordt. Heel dikwijls is het een opstap naar de gemengde vorm omdat de aandachtsproblemen zich pas bij het begin van de lagere school uiten. 

 

ADHD onoplettend type                                         ADHD gecombineerd type

aandachtsproblemen                                              aandachtsproblemen

° hypo-actief, traag                                                    ° beperkte volgehouden aandacht

° dagdromen                                                             ° flitsende gedachten

sociaal                                                                      sociaal

° passief, teruggetrokken                                            ° sociale tekorten, agressief

° “vergeten” groep                                                      ° “verworpen” groep

academisch                                                              academisch

° schools falen                                                            ° schools falen

° leerproblemen

bijkomende problemen                                          bijkomende problemen

° veel emotioneel                                                      ° veelal gedragsproblemen

 

Als we deze kenmerken bekijken dan is het meteen duidelijk dat kinderen met ADHD niet altijd impulsief en druk zijn.

 

vraag 3: Is ADHD het gevolg van slechte opvoedkundige vaardigheden?

Het antwoord is neen!!!

Er zijn heel wat verscheidene redenen waarom men tot ADHD komt.

Ten eerste is er een heel duidelijke genetische component. Heel vaak wordt ADHD overgedragen van ouder op kind. Wanneer men kijkt naar het algemeen voorkomen van ADHD bij kinderen komt men uit op zo’n 6% (in onderstaande studie- algemeen spreekt men nu eerder over zo’n 7% dixit D. Baeyens). Onderzoekers gingen in gezinnen kijken waar een adoptiekind met ADHD verbleef en men ging dan na hoe vaak er bij zijn adoptiebroers of zussen (die dus niet genetisch verwant zijn met het kind met ADHD) ADHD voorkwam. Men zag dat er nauwelijks meer ADHD voorkwam. Maar wanneer nen naar de echte biologische broers en zussen kijkt dan blijkt er zo’n 32 % ADHD te zijn. Dus de kans dat een broer of zus van iemand met ADHD ook ADHD heeft is 1 op 3!

In die genetische component zit er een code die de hersenontwikkeling gaat bepalen. Het is die neurobiologie, zeg maar de hersenen en zenuwen, die ons gedrag gaan aansturen. Mocht dit op die manier verlopen dan zou het heel makkelijk zijn om ADHD te detecteren bijv. via een bloedprik.

Maar het is niet zo simpel. Er zijn ook nog omgevingsfactoren die een belangrijke invloed uitoefenen. ADHD wordt niet door één gen veroorzaakt. Nemen we het DRD 4 gen. Het gen heeft een invloed op verschillende soorten adhd. Indien je een bepaald type hebt dan is de invloed van bijv. roken groter dan bij een ander type. We hebben dus vanuit de omgeving een invloed op de aangeboren kwetsbaarheid.

De erfelijke component bepaalt hoe ons biologisch systeem vorm krijgt.

De neurobiologie is anders als we grote groepen van ADHD vergelijken met niet-ADHD. Dan zien we verschillen op drie domeinen:

     hersenchemie: de gegevensuitwisseling tussen de zenuwcellen verloopt niet optimaal.

     hersenstructuur: bepaalde gebieden van de hersenen zijn bij kinderen met ADHD 5% kleiner.

     hersenfunctie: bepaalde hersengebieden zijn minder actief.

 

Het genetisch materiaal is te vergelijken met de ingrediënten uit een recept. Maar door andere verhoudingen andere omgevingsinvloeden krijgen we een andere bereiding. Zo krijgen we in het ene geval pannenkoeken en in het ander geval wafels.

 

Niet alle omgevingsfactoren liggen bij de ouders of mama. Op bepaalde factoren hebben we geen invloed.

     Voor de geboorte (prenataal)

     alcohol- en druggebruik bij de moeder

     blootstelling aan toxische stoffen (bijv. lood).

     korte zwangerschapsduur, laag geboortegewicht

     zwangerschapscomplicaties

     Tijdens de geboorte (perinataal)

     complicaties tijdens de geboorte die bijvoorbeeld tot zuurstoftekort leiden.

     Na de geboorte (postnataal)

     gestructureerd en responsief opvoedingsklimaat !!!! positieve invloed !!!!!

     verwaarlozing en misbruik

     eigen middelenmisbruik

     aansluiting bij ‘slechte’ vrienden

 

Op een gegeven moment zie je dat de omgevingsinvloeden bij de persoon zelf liggen en dat het een keuze is die hij of zij maakt zoals het omgaan met bepaalde vrienden.

 

ADHD wordt dus niet veroorzaakt door slechte opvoeding.


vraag 4: Is ADHD in de volwassenheid hetzelfde als ADHD in de kindertijd?

De ontwikkeling bij ADHD kenmerkt zich door een probleem op vlak van de aandacht, de wijze van reageren (impulsief) en het motorisch gedrag (hyperactief). Deze drie kernsymptomen uiten zich op verscheidene manieren naargelang de leeftijd van de persoon.

Prof Baeyens neemt ons mee doorheen de ontwikkeling van Milan.

Baby’s en jonge peuters vertonen een regulatiestoornis. Ze hebben een moeilijk temperament, vertonen eet- en slaapproblemen en zijn moeilijk te kalmeren (huilbaby). Let op! niet alle huilbaby’s vertonen op latere leeftijd ADHD en niet alle kinderen met ADHD waren vroeger huilbaby’s.

In de kleutertijd komen al meer de typische kenmerken van ADHD tot uiting. De top zes van meest voorkomende klachten in die leeftijdszone zijn:

● zijn altijd in de weer.

● vertonen buitensporig loop- en klimgedrag.

● volgen instructies niet op.

● kunnen niet stilzitten.

● vertonen een tekort aan volgehouden aandacht.

● bovendien zijn ze sterk afgeleid.

We zien dus dat de drukte, de hyperactiviteit op de eerste plaats staat. We hebben een categorie drukke kleuters en ergens ook nog een categorie van drukkere kleutertjes. De grens trekken tussen een drukke kleuter en ADHD is niet makkelijk en misschien niet altijd mogelijk.Op die leeftijd is ongeveer 2% al gediagnosticeerd als ADHD.(Amerikaanse studie) 

Het lagere schoolkind is makkelijker en met grotere zekerheid te diagnosticeren. Het gaat om het typisch ADHD-verhaal. We zien de drie kernsymptomen: hyperactiviteit, impulsiviteit en aandachtstoornissen. Daarnaast zijn er algemene gedragsproblemen en treedt er een schoolse achterstand op. Het voorkomen bedraagt ongeveer 7%

Aan het begin van het secundair onderwijs verandert het beeld wat. De ADHD symptomen zijn niet meer zo éénduidig. De hyperactiviteit vermindert. Ze is niet weg maar ze is terug te vinden aan de binnenkant. Vooral op emotioneel vlak zien we veel schommelingen. Er is nog steeds sprake van verhoogde impulsiviteit en aandachtsproblemen. De gedragsproblemen blijven nog aanwezig en opvallend is het experimenteergedrag. Veel jongeren met ADHD vertonen een schoolse achterstand. Aan die leeftijd worden vaak bijkomende diagnoses gesteld.

Bij volwassenen is het bijzonder moeilijk om nog duidelijk ADHD te herkennen. We zien wel vaak een verhaal van een moeilijke schoolperiode, diploma niet of veel te laat behaald. Vaak mensen met een beschadigd zelfbeeld. Of ze hebben het moeilijk om een job te vinden. We stellen meer risicogedrag vast en er zijn  moeilijkheden op relationeel vlak. En dan is het niet eenvoudig om tussen al deze problemen nog de ADHD eruit te halen. Bij de volwassenen zijn er nog ongeveer 3% mensen met ADHD. Bij de mannen verdwijnen de symptomen eerder dan bij vrouwen. Het verschil tussen mannen en vrouwen komt bijna niet meer voor.

In de eerst plaats blijven de organisatieproblemen, structuratieproblemen planningsproblemen en aandachtsproblemen overeind in de volwassen leeftijd.

In een studie keek men hoeveel de symptomen afnemen tussen de leeftijd van 6 en 19 jaar. Tot de helft van de klachten van hyperactiviteit nemen af. Voor impulsivitiet is dit ongeveer 45% en de aandachtsproblemen verminderen met slechts een 20%.

Als ontwikkelingsstoornis evolueert de symptomatologie van ADHD tussen de kindertijd en volwassen leeftijd. Het antwoord op de vraag is dus neen!


 

vraag 5: Verhoogt medicatie de kans op verslaving?  

Het antwoord is neen, meer zelfs het is omgekeerd! In je leven heb je 10% kans op een verslaving. Als je een ernstige vorm met ADHD hebt, bedraagt het risico 40% maar als die ADHD goed behandeld wordt -met ondermeer medicatie- bedraagt de kans slechts 13 tot 14%.

Door medicatie wordt de mallemolen in het hoofd, de rusteloosheid stilgelegd terwijl zonder medicatie er soms naar andere middelen gegrepen wordt zoals jointjes of alcohol, die wel verslavend zijn.

Medicatie, zoals vele medicijnen, geeft soms wel nevenwerkingen:

     verminderde eetlust

     inslaapproblemen

     hartkloppingen

     hoofdpijn

     ….

     rebound effect (op het moment dat de medicatie uitgewerkt is vertonen de kinderen een dipje, zijn ze wat extra druk  … zeer vervelend maar meestal beperkt in tijd).

     interactie met andere medicatie. Zo ziet men dat medicatie voor astma minder werkt wanneer een kind Rilatine ® neemt. De boodschap is dus praat erover met de arts wanneer je een proeftherapie overweegt.

Medicatie is inderdaad een snelle oplossing om ADHD aan te pakken. We weten dat in Wallonië ongeveer 2% van de 9-jarigen Rilatine ® nemen. In Oost-Vlaanderen stijgt dit gebruik al tot 6% en in West-Vlaanderen is dit bijna 9%. Dit is uiteraard een heel vreemde bevinding waar niemand een verklaring voor heeft!!???

Vergeet niet dat medicatie slechts tijdelijk soelaas brengt en dat er dus een nood is aan een bredere ondersteuning. Opvolging door een deskundige arts is essentieel!

 

Daarna had Prof. Baeyens aandacht voor de hulpverlening, adhd in de klas en ging hij graag in op enkele vragen.

Wat dit eerste betreft vermeldde Baeyens de sociale kaart die zij met de Code Lessius opstelden en waarmee je met deze link toegang krijgt.  http://www.codelessius.eu/desocialekaart

Prof. Baeyens is voorstander van een multidisciplinair onderzoek waarbij verschillende personen betrokken worden en waarbij verschillende methoden gehanteerd worden zoals gesprekken, vragenlijsten, interview, observatie ….

Via een gevalsbespreking kregen we wat zicht hoe een onderzoek er op de Code Lessius eruit ziet. Zo vernemen we dat er tijdens een gemoedelijk intake-gesprek volgende aspecten aan bod komen maar dat hierbij het ritme van de ouders of de jongere gerespecteerd wordt.

     symptomatologie: op school, thuis

     somatisch functioneren ondermeer slaapproblemen

     sociaal functioneren

     functioneren binnen het gezin

     persoonlijkheid en emotioneel functioneren

     pedagogisch didactische factoren.

 

Men gaat via interview dieper in op de symptomen. Er wordt contact genomen met derden … school, jeugdbeweging … Aan het einde van dergelijk interview kan er al een diagnose gesteld worden.

Maar hierbij stopt het niet. Men gaat dan via testing een sterkte/zwakte analyse uitvoeren. Bijvoorbeeld hoe staat het met de intellectuele mogelijkheden, de verwerkingssnelheid, geheugen , planning, structuur …

 

In behandeling is er ruimte voor psycho-educatie. Dit betekent dat we de ouders, het kind maar ook de omgeving gaan informeren over de stoornis met de bedoeling dat zij met de gevolgen van ADHD beter kunnen omgaan.

Wat werkt er nu?

Iedereen weet dat medicatie werkt. Maar niet iedereen heeft medicatie nodig!

Psycho-educatie krijgt groen licht maar in Nederland eist men wel dat dit niet enkel bij het kind maar ook  op school gebeurt.

Sociale vaardigheidstraining is effectief als er boostersessies zijn. Dit betekent dat de aangeleerde principes later terug opgefrist worden... dit werkt positief op de transfer.

Wat visolie omega 3, dieet … betreft: op heden is daar  het effect onvoldoende  van bewezen.

 

 

ADHD in de klas

 

We moeten de verwachtingen aanpassen.

 

Kenmerken kind met ADHD                                              Kenmerken en klascontext

maakt achteloos fouten                                            puntenaftrek voor fouten

lijkt vaak niet te luisteren                                           verwachting dat kinderen luisteren

volgt aanwijzingen niet op                                         verwachting dat kinderen opletten

moeite met langdurige inspanning                            verwachting dat kinderen zich een tijdje

kunnen concentreren

raakt vaak dingen kwijt                                             kinderen moeten in orde zijn

staat vaak op in situaties waarin                               kinderen moeten op hun stoel blijven zitten

het ongepast is.

beweegt vaak onrustig                                              kinderen moeten niet teveel zitten wriemelen

gooit antwoorden eruit voordat de vraag                  als de leerkracht spreekt, moeten  kinderen

is afgemaakt                                                             zwijgen

 

Zoals je hierboven ziet, krijg je  twee tegengestelde werelden en het is daar  waar die twee elkaar ontmoeten dat het misloopt. Iemand met ADHD heeft op zich geen probleem. Het is pas een probleem wanneer er bepaalde regeltjes worden opgelegd. 

 

P. Fougerrollas verwoordt  het als volgt: ‘Il n’y a pas de personnes handicapées; il y a seulement des personnes en situation d’handicap’

 

In de klas is er nood aan:

     begrip voor beperkingen

     inspanningen leveren om de kloof te overbruggen

     aanmoediging bij pogingen van kind om kloof te overbruggen

            en dit: IN DE MATE VAN HET MOGELIJKE

 

Tenslotte eindigde Prof . Baeyens met enkele basislijnen bij de interventies:

1.    microniveau:

     leerling met ADHD: psycho-educatie, vaardigheidstraining en bij ernstige gevallen medicatie

     medeleerlingen: psycho-educatie

     leerkracht: psycho-educatie en vaardigheidstraining

ü  ADHD toolkit

ü  aanbod Centrum Zitstil

ü  en we voegen er graag bij Zorgzaam Omgaan met ondermeer Zorgzame Klas (uitg. Acco).

2.    mesoniveau

     school: onderwijs en examenfaciliteiten

     maar volgens ons ook: jeugd- en sportverenigingen ondersteunen waar nodig

     ouderverenigingen via info momenten bijv. via Zorgzaam Omgaan

3.    macroniveau

     beleidsmakers: herfinanciering van het onderwijs.

 

 

Besluit: Het was een boeiende info-avond gebracht door een gedreven expert. Vol geduld en respect ging Prof. Baeyens in op de vragen van het publiek en zelfs na het officiële gedeelte stond hij open voor commentaar. We zijn hem dan ook zeer erkentelijk. 

13:15 Gepost door aan(ge)dacht in gezondheidszorg, onderwijs, therapie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |