14-05-17

Moederdag 1989

Moederdag 1989

joz de looze 2.jpgHet feestmoment nadert met rasse schreden ! Met de zonen – toen tien, acht en vijf – wordt geheim overleg gepleegd. Een mooi bloemetje hoort vanzelfsprekend bij het feest ! Het geschenkje – keurig verpakt – wordt veilig verstopt in een van hun slaapkamers. Ook de ‘catering’ vinden onze belhamels een zeer belangrijk aandachtspunt. ‘Hopelijk kiest mama een menu dat we zelf lusten, en dus geen spruiten, geen witlof, geen …’ ‘Ik heb een goed idee’, onderbreekt de oudste. ‘Wij gaan mama ontbijt op bed bezorgen.’ In mijn fantasie zie ik hoe hij met een dienblad – met vruchtensap, koffie, ontbijtkoeken en bestek – de draaitrap oprent … Als een bijna volleerd politicus buig ik dit voorstel diplomatisch om tot een Belgisch compromis. ‘Ik stel de wekker tijdig in en ik kom jullie stilletjes wakker maken zodat mama niets merkt.’

 Als in een heuse samenzwering spreken wij verder af. Op de bewuste feestdag zullen wij samen het ontbijt in de woonkamer klaarzetten. Op de tafel zal een mooi tafelkleed komen, met daarop het zondagse servies. En papa zal nog vlug een vers bloemetje halen uit de tuin. De zonen vinden dit een schitterend plan en zijn haast niet meer in te tomen. Vooral met de ‘zwijgplicht’ zullen ze het door de spanning lastig krijgen, weet ik uit ervaring !

 Die bewuste tweede zondag van mei dient zich aan. De oudste zoon is al vroeg – veel te vroeg – wakker. Ik hoor hem ritselen in zijn kamer. Zoals hem netjes is aangeleerd doodt hij even de tijd met een stripverhaal of een boek. Maar plots zet hij de radio loeihard ! Ik spring uit bed met een nooit geziene reflex, vlieg zijn kamer binnen en draai het toestel bruusk uit. Ik maan hem aan om nog even stil te zijn en suggereer daartoe enkele alternatieven. Intussen draait mama zich licht geërgerd om in bed. ‘Het mooiste cadeau voor mama op Moederdag is eens lekker lang uitslapen’, had ze hem nog toegefluisterd, de avond voordien ! Ik hoor dat ook de andere broers door de harde muziek zijn gewekt. ‘Iedereen blijft nog even in zijn kamer !’ Zo hoop ik nog even op ochtendlijk respijt, en misschien valt de jongste wel opnieuw in slaap.

Enkele tellen later hoor ik de kamerdeur van de oudste zoon opengaan. Hij gooit ze, zoals gebruikelijk, met een harde klap dicht en stormt met olifantentred de trap af … ogenblikkelijk gevolgd door zijn broers ! ‘Wij gaan alvast de tafel dekken !’ Zijn geroep galmt door de hal. Nu zijn de buren waarschijnlijkheid ook wakker ! Voor ik kan reageren, hoor ik hoe het bestek op de tafel wordt ‘neergekwakt’. Eén stuk gleiswerk spat kletterend uiteen op de vloer. De adrenaline giert door mijn aderen terwijl ik naar beneden hol. De ravage is niet te overzien ! Overal zie ik scherven liggen van een bord. Een brik melk ligt horizontaal, terwijl de laatste druppels in de melkplas op de vloer druppelen. Een grote beek sinaasappelsap op de tafel laat vermoeden dat er meer naast dan in het glas gelopen is ! Op het aanrecht vind ik een vreemd kleurig sneeuwlandschap van chocoladepoeder. En ik kan nog net verhinderen dat mijn oudste zoon koffiezet met de percolator … zonder eerst het filterzakje te plaatsen ! Ik ontplof ! In mijn boosheid stuur ik ze brullend en met knallende bevelen naar boven. ‘Het eerste uur wil ik niemand meer beneden zien !’

Mama komt zuchtend de trap af … Ze sust me … Als onvoorziene start van Moederdag ruimen wij samen de keuken op. De ontbijttafel dekken wij dan zelf maar. Ik zie hoe mama in een automatisme de twee medicatieverdeeldoosjes naast de respectieve borden legt. Intussen dwarrelen onze drie engeltjes opnieuw de woonkamer binnen, geruisloos en onschuldig als wattenpluisjes, in alle stilte en rust nu, zoals het hoort … Het werd toch nog een fijne dag. Tijdens het middagaperitief sneuvelde er maar één glas fruitsap – een succes ! ’s Middags gingen wij wandelen. Op het speelpleintje in de buurt leefden onze zonen zich uit, al sloten wij voor de roekeloosheid van onze oudste wel af en toe de ogen. Hij loopt toch nooit in zeven sloten tegelijk en hij is zo lenig als een kat met niet zeven maar veertien levens, wisten wij.

’s Avonds kroop onze kroost tevreden onder de wol. De oudste lag nog wat te zingen – zíjn teken van gelukzaligheid. Míjn geluk was niet helemaal compleet. Diep in mij knaagde de wroeging. Waarom was ik ’s morgens toch zó vlug, zó boos geworden, vroeg ik mij af. Ik liet mij weer vangen aan een escalatie van feiten ! Die rancuneuze gevoelens deden mij kennelijk de das om … Uiteindelijk was het hun bedoeling om ‘mama’ eens lekker te verwennen ! Welke edeler doel kan een kind hebben, kun je je als ouder wensen ? Ik nam mij voor om voortaan de principes van ‘STOP’, ‘DENK’ en ‘DOE’ beter toe te passen op mezelf. En de daaropvolgende maand trainden wij onze kerels consequent in ‘hoe een ontbijttafel klaarzetten zonder brokken te maken.’ Binnenkort is het immers Vaderdag !

Peter Glorieux

Omgaan met ADHD Cover, voor.jpgUit Omgaan met ADHD.

11:41 Gepost door aan(ge)dacht in gezondheidszorg, Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-06-16

Medicatie meenemen op reis, neem je voorzorgen!

 

Omgaan met ADHD Een positieve kijk op opvoeden!

(Pag.  196)

 Medicatieattest

Sommige medicijnen zijn ook tijdens een verblijf in het buitenland (werk,

vakantie, kamp…) noodzakelijk. Indien deze medicatie valt onder de zogenaamde

‘dopingwet’ (indien er 2 verticale rode strepen op de verpakking staan) mogen deze

middelen — al worden ze steeds op doktersvoorschrift ingenomen— niet zomaar in

de (hand)bagage meegenomen tijdens uw buitenlandse reizen (Europese of andere

landsgrenzen)! Sommige van zijn deze middelen zijn soms opspoor baar door middel

van de detectiesystemen voor illegale drugs!

Ook personen met ADHD/ADD nemen, na advies van hun arts,  op hun buitenlandse

Tochten hun ADHD –medicatie verder in. Om aan grensovergangen (landsgrenzen,

maar ook havens en luchthavens) geen problemen te ondervinden —en tevens

voldoende gedocumenteerd te zijn bij een eventueel buitenlands doktersbezoek—

raadt de Belgische Overheid aan om zowel een duidelijk ondertekend

doktersattest mee te nemen, als ook een afleveringsdocument van de apotheker

(bijvoorbeeld het attest BVAC) en liefst ook de oorspronkelijke verpakking mèt

bijsluiter!

Nog enkele tips:

Tip 1: Neem een ‘normale voorraad’ medicijnen mee! (de vermoedelijke dosis + een kleine extra reserve lijken redelijk). Voorzie genoeg voorraad indien meerder reisleden medicatie innemen en laat per patiënt een attest opmaken!

Tip 2: Bij twijfel, bv. bij verre (overzeese) reizen. Win vooraf informatie in bij de ambassade(s) van uw reisbestemming(en).

Tip 3: Ga bij uw reisverzekeraar na of u voldoende (maar ook niet te veel) verzekerd bent!

Tip 4: De Belgische Overheid maakt (momenteel) in haar aanbevelingen over medicatie in ’t buitenland geen onderscheid tussen de ‘Shengenlanden’ en de ‘Niet-Shengenlanden’!Het is verstandig om deze aanbevelingen te volgen voor elke chronisch medicatiegebruik (ook al staan er geen 2 rode strepen op de verpakking). Niet-Belgen informeren best bij hun overheden! 

Prettige vakantie! 

 

ATTEST MEDICATIE REIZEN/KAMP BUITENLAND MEDICAL CERTIFICATE ~ MEDICATION ~ ATTESTATION MEDICAL VOOR DE BELANGHEBBENDE ─ TO WHOM IT MAY CONCERN ─ POUR CE QUI CONCERNE

 Betreft, concerning, concernant:

 Naam van de patiënt, name, nom: …………………………………………………………………………………………

 Geboren te, born at, né à: ………………………………………  Op, on, le: ………… / ………… / 20………

 Adres, adress, adresse: …………………………………………………………………………………………………………………

 Postcode, mail / code / postal: …………………………………………………………………………………………

 Gemeente, city, commune: …………………………………………………………………………………………………………

 Land, country, pays: ……………………………………………………………………………………………………………………

 Vakantie, holiday, séjour de vacances:

 Van, from, le: ……… / ……… / 20……       [1]  Tot, at, à: ……… / ……… / 20……

Land(en) van bestemming, destination(s): …………………………………………………………………
 Eventueel vakantieadres(sen), holiday addresses (optional), addresses de vacances

(facultatif):

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

 Opgave van de medicatie op doktersvoorschrift:

(een diagnose hoeft niet, dit formulier is bestemd voor douanebeambten!) medications for medical reasons / medicaments pour des raisons médicales

Naam medicatie (+ eventuele samenstelling) Hoogste dosering / dag Name of the medications, nom des medicaments dose/day, dose/jour

 …………………………………………………………………………………………………… …………………………………………

 …………………………………………………………………………………………………… …………………………………………

 …………………………………………………………………………………………………… …………………………………………

 …………………………………………………………………………………………………… ………………………………………… 

 Opgemaakt te, at, à: ………………………………  Datum, Date: ………/ ……… / 20………

 Handtekening en stempel arts:

Signature and identification physician, signature et identification médecin:

20:30 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Reistips voor kinderen (met ADHD).


 Omgaan met ADHD Cover, voor.jpg

 

Omgaan met ADHD

Een positieve kijk op opvoeden

Digitale uitbreiding bij P.39: Enkele tips voor als je met de wagen op reis vertrekt.

Enkele tips op een rijtje:

-     Eigenlijk kun je vooraf wat maatregelen treffen. Afhankelijk van de leeftijd en de interesses van jouw kind kun je het actief betrekken bij de reis. Soms kun je het kind de bestemming of verblijfplaats laten kiezen uit een aantal mogelijkheden.

-     Op voorhand samen met je kind een plakboek maken is een goede voorbereiding. Doe dit enkel indien het kind dat zelf wil, anders wordt het een les aardrijkskunde, wat niet de bedoeling is. Indien de reistijd meer dan zes uur bedraagt, valt het te overwegen om vroeg in de ochtend te vertrekken. De kans dat de kinderen dan nog slapen is groter. (Je hebt natuurlijk altijd ‘vroege vogels’, waardoor dit vroege vertrek geen winst oplevert…) Hou altijd rekening met de drukte op de verkeerswegen, afhankelijk van de periode en de bestemming!

-     Tijdens de rit

§  Je kunt auto’s tellen, bijvoorbeeld alleen de rode; of nog: wie het eerst een bepaald merk ziet, krijgt een punt. Je kunt alle kale chauffeurs tellen of alle blonde reizigers.

§  Tekenen is altijd een populaire bezigheid. Er bestaan uitwisbare viltstiften voor magneetborden (whiteboard). Deze stiften schrijven ook op glas en zijn wisbaar. Laat de kinderen ermee op de zijramen tekenen: spannend en leuk! Uiteraard moet je er zeker van zijn dat ze enkel op de vensters zullen tekenen…

§  Om wat stilte te krijgen kun je het volgende spelletje spelen: zodra een auto van het merk Honda  voorbijkomt mag Pietje niet meer praten… tot er nog een Honda voorbijkomt. Anneke daarentegen zwijgt bij het zien van een BMW  en mag pas opnieuw praten als ze een andere BMW ziet.
Bij oudere kinderen kun je het volgende doen: je neemt op voorhand een cd of een mp3-bestand op. Je kunt er bepaalde informatie op inspreken, afgewisseld met grapjes en liedjes. Eventueel laat je de kinderen op voorhand een hitlijst samenstellen die je in de opname verwerkt. Het blijft dan een verrassing welk nummer aan de top staat. Ook een quiz kan erin voorkomen. Je hoeft de opname niet voortdurend te laten spelen, maar bijvoorbeeld vanaf een bepaald punt, waarbij je dan info kunt geven of een stadslegende vertellen. Het vraagt heel wat voorbereidend werk, maar je kunt je er ook mee amuseren. Bovendien wordt het na enkele reizen een traditie, en al zal er wel eens gezegd worden: ‘Papa is daar weer met de cd’, het heeft nog steeds een positief resultaat.

§  Er bestaan ook cd’s met verhaaltjes. Zelfs romans zijn opgenomen en kunnen worden beluisterd. Een ideale manier om de tijd te doden, tenminste als jouw kind in verhaaltjes geïnteresseerd is. De kwaliteit van het inspreken kan wel nogal verschillen. Via www.radioboeken.eu kan je gratis boeken downloaden.

§  Enkele jaren geleden deden de draagbare en schokbestendige dvd-spelertjes met dito scherm hun intrede. Sommige apparaten zijn individueel. Op andere types kunnen twee of meerdere schermen worden aangesloten. Welke type voldoet zal allicht van gezin tot gezin verschillen. Soms is het nuttig als de kinderen op de achterbank dezelfde film bekijken. In andere gevallen is het beter als elk kind zijn eigen keuze kan maken. Besef in elk geval dat geen enkel kind urenlang films zal bekijken!

§  Intussen wordt de draagbare dvd –speler vervangen door de iPad of de tablet.

§  En er is natuurlijk ook de gameboy, Nintendo, tablet…! Je kunt er voor zijn of tegen, maar deze multimedia doodt de tijd. Indien je er dan nog voor zorgt dat de kinderen na enkele uren reizen een nieuw spelletje kunnen proberen, heb je gegarandeerd wat rust. Met een beetje overleg vind je wel een ander ouder die zoon/dochter kan overtuigen om hun spelletje aan jou uit te lenen.

§  Een ouder vertelt: ‘Toen onze kinderen heel jong waren (kleuterleeftijd ) hebben wij ze eens weten te boeien met wereldmuziek. Een aantal Congolese nummers moesten steeds herhaald worden en er werd nog meegezongen ook! Maar smaken veranderen, en momenteel prijzen wij ons gelukkig dat ze hun muziek op een mp3-speler beluisteren.’

§  Regelmatig stoppen (en dan ook leuke dingen doen zoals een kleine wandeling maken, spelletjes spelen, picknicken), zorgt voor frisse lucht. Voor volwassenen is de warmte al niet aangenaam, laat staan voor kinderen.

§  Zorg steeds voor water in de auto en leuke muziek waarop je met z’n allen mee kunt zingen. En mocht er toch onenigheid ontstaan: je kunt nog altijd bagage tussen de kinderen in zetten.

§  Op drukke vakantiewegen doen sommige landen inspanningen om gezellige stopplaatsen te voorzien. Naast sanitaire voorzieningen vind je er kindvriendelijke en veilige speeltuintjes. Bij drukke kinderen kan het nuttig zijn om de autostrade te verlaten en halt te houden bij enkele ‑ vooraf op de kaart aangeduide ‑ bosrijke stop- en/of picknickplaatsen. Na de maaltijd in de vrije natuur kunnen de kinderen dan nog eventjes heerlijk ravotten!

§  De kinderen van plaats laten wisselen brengt afwisseling waardoor de tijd opnieuw een stuk wordt gekort.

§  Soms zijn kinderen geïnteresseerd om het vakantietraject te volgen op een oude wegenkaart.

§  Voor kinderen van alle leeftijden is het steeds een groot succes wanneer ze na elke honderd kilometer een geschenkje kunnen uitpakken om mee te spelen. Als het samenhangende dingen zijn wordt het na het tweede cadeautje al spannend om te raden wat het volgende zal zijn! Voor oudere kinderen is het uitprinten van de routekaart, met daarop de honderdkilometerpunten aangeduid, motiverend. Ze kunnen bijhouden hoe lang het nog duurt (of hoe kort) voor het volgende cadeautje eraan komt.

§  De grote voorraad kinderboeken uit de bibliotheek deel je best op in twee pakken: een voor de heen- en een voor de terugreis.

§  Een code afspreken: bijvoorbeeld als het interieurlampje brandt, mag niet gepraat worden. Dit is nuttig voor de ouders om verkeersinfo in een vreemde taal te kunnen beluisteren; bij verkeersongevallen of bij druk verkeer; of als je de weg zoekt in een vreemde stad…

§  Raadselspelletjes:

•     Een dier noemen dat begint met de laatste letter van het vorige dier, dus tijger-reiger-ree-eland enzovoort.

•     Tellen hoeveel vogelsoorten je onderweg ziet.

•     Tellen hoeveel verschillende automerken je ziet.

•     Om het eerst een woord lezen dat begint met een A.

•     Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.

•     Namen bedenken bij de letters van nummerplaten.

 Op de plaats van bestemming

•     Zorg voor een goed evenwicht tussen activiteiten voor volwassenen en voor kinderen. Spreek een vakantieprogramma af en betrek je kinderen hierbij. Voor alle 'volwassen' dingen die je met hen doet, geldt alleen dat het niet te lang mag duren, bijvoorbeeld een museum bezoeken, zonnebaden. In sommige landen heb je kinder- en doe-musea. Kinderen mogen dan overal aanzitten en kunnen via spelletjes het een en ander leren. Informeer hiernaar voor je vertrek.

•     Het is heel leuk om samen een vakantiedagboek te maken. Verzamel folders van jullie uitstapjes en ga met je kinderen plakken en knippen.

•     Een beloning voor goed gedrag hoeft niet altijd materieel te zijn; een complimentje geven kan ook, of samen een spelletje spelen. Op reis kun je het nog anders aanpakken: in plaats van hen op het einde een cadeautje te laten kiezen kun je regelmatig iets kleins kopen. Er zijn een aantal kleine dingen waar kinderen zich altijd goed mee bezig kunnen houden: ballonnen, handpopjes, kleurboeken, verf, klei, potloden, balletjes, stickers, bellenblaas en stoepkrijt. Je kunt daar opnieuw een beloningsschema bij gebruiken. Soms is het belangrijk om nieuwe regels op te stellen tijdens de reis en het verblijf. Trek daar de nodige tijd voor uit om dit te bespreken. De tijd die je erin investeert, win je zeker terug omdat je minder conflicten krijgt.

 

Prettige reis!!!!

20:18 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-09-15

Omgaan met ADHD op de boekenbeurs

https://youtu.be/o4wgGytUymg

 

Zorgzame Klas is een psycho-educatief model dat zich richt naar leerlingen van de basisschool (vanaf het vierde leerjaar) waarvan één of meerdere medeleerling(en) een ontwikkelingsongelijkheid vertonen. Dan gaat het over diagnoses als ADHD, dyslexie, dyscalculie, DCD en Gilles de la Tourette. Leerlingen ervaren die klasgenoten soms als té temperamentvol. Of ze merken op dat afspraken oneindig herhaald worden. Hun leerproblemen remmen het groepsproces af. Dat lokt in de groep vaak irritaties uit. Soms evolueert dit zelfs tot pestgedrag! Spijtig, want de school is een belangrijke sociale voedingsbodem waarin elk kind zich goed behoort te voelen!

De leerkracht, zorgleerkracht, schoolpsycholoog of andere professionele begeleiders vinden daarom in dit boek handvatten om met de klassengroep op weg te gaan. De rol van de leerkracht als permanente begeleider van dit zorgtraject wordt hierbij in de verf gezet. Het hoofdstuk over de eigenlijke Zorgzame Klas¿lessenreeks bevat instructies voor de begeleider, zodat hij/zij deze feilloos kan toepassen. Tijdens deze uitgewerkte les van 3 lestijden krijgen de kinderen klare metaforen en praktische oefeningen aangereikt. Zo verwerven ze informatie over de hersenen, het gedrag, de aandachtsfuncties, het leren, ontwikkelingsongelijkheid¿ . Zo leren ze tenslotte hoe beter om te gaan met medeleerlingen, ook als ze net anders zijn.

Over de auteurs:

Peter Glorieux, maatschappelijk werker, is sinds 1978, zowel professioneel en als ouder, betrokken bij de ADHD problematiek. Hij is auteur van het boek Gevraagd Superouders. Hij is medeoprichter van Zorgzaam Omgaan vzw.

Jan Vanthomme, logopedist, is reeds 30 jaar werkzaam in een multidisciplinair team voor kinderen en jongeren met gedrag- en leerproblemen. Hij is medeoprichter van Zorgzaam Omgaan vzw, en lid van de Raad van Bestuur van het Centrum ter Bevordering van de Cognitieve Ontwikkeling www.cebco. be Hij is mede-auteur van Leren leren met Reflecto (Acco, 2009).

 

 

21:53 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Zorgzame Klas een welgekomen hulp binnen het M-decreet!

 

stempel ADHD.jpg

http://buitengewoonict.classy.be/wp-content/uploads/2012/01/Zorgzame-klas1.pdf 

21:48 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-12-14

Hinderkoppen 2

hinderkoppen 2.png

 

 

 

2e studiedag: Hinderkoppen             6  maart 2015 

Op vrijdag  6 maart 2015 organiseren de Universiteit Antwerpen en vzw CeBCO de tweede studiedag Hinderkoppen.  Ook deze keer is het brede thema: hindernissen bij het leren overwinnen, in de hoofden van de leerlingen die het daarmee moeilijk hebben, maar ook in de hoofden van de leerkrachten. We kijken daarbij zowel naar het kind als naar de leeromgeving.

Deze studiedag speelt in op een nascholingsbehoefte i.v.m. de nakende invoering van het M-decreet. Leerkrachten versterken in het omgaan met heel verschillende leerlingen. In de voormiddag zijn er plenaire lezingen over die “mind-sets” die dit proces kunnen bevorderen dan wel hinderen, alsook een poging om het zo belangrijke vakoverschrijdende “leren leren”, wat attractiever te maken...

Wij willen op deze dag ook Prof. Reuven Feuerstein herdenken die op 29 april 2014 overleed. Voor velen betekende de figuur van Feuerstein een inspiratiebron. Hij was een pionier op velerlei gebieden: zowel zijn centrale stelling van leerbaarheid (modificeerbaarheid) van iedereen, ongeacht de barrières, als wat betreft de inclusieve leeromgeving. En hij ontwikkelde ook handvatten om dit waar te maken (bv. Instrumenteel Verrijkingsprogramma, gemedieerde leerervaring, dynamisch leeronderzoek). De afgelopen jaren zijn er in Vlaanderen tal van initiatieven geweest die het gedachtengoed van Feuerstein in de praktijk hebben gebracht. Vandaar dat we ook enkele buitenlandse gastsprekers hebben uitgenodigd, alsook een open forum organiseren waar mensen hun initiatieven kunnen voorstellen.

Locatie:

Universiteit Antwerpen

Hof Van Liere, Prinsstraat 13, 2000 Antwerpen

 

Programma

09:00               Inleiding, verwelkoming

09:15               Neuroplasticiteit en mindsets bij het leren: hindernissen of faciliteren.  Els Dammekens, neuro-logopediste, coördinator Breinset, lid van de Werkgroep VLOR Neurowetenschappen in Onderwijs

10:15               Leren leren: een vervelend vak of een belangrijk onderwijsdoel. Sabrina Van de Velde, Universiteit Gent

10:45               pauze

11:10               Mediated-learning based intensive language and cognitive therapy. Krisztina Bohacs, Mediated Learning Centre, Budapest

12:00               Feuerstein’s intellectuele erfenis: een eerbetoon en een uitdaging.  Jo Lebeer, Universiteit Antwerpen,  & Katinka Hol, Feuerstein Centrum Nederland

 

12:30               Lunch + forum met posters, demonstratie van materialen, boeken, video’s…
Wat is er in Vlaanderen & Nederland ontwikkeld als initiatieven gebaseerd op of geïnspireerd door Feuerstein?

14:00               Workshops

1.    Leren is eigen antwoorden geven. Leren is van andere kinderen leren. Peer mediation, Griet Slabbinck (begeleider 6de leerjaar) en Patricia Otte (kleuterbegeleider), het lerende duo (workshop in 2delen 14-17u)

2.    15 x PS - 15 mogelijkheden om  initiatief en probleemoplossing te stimuleren, Johan Warnez (Den Achtkanter, Kortrijk & Cebco)  (1,5 u)

3.    Handelingsgericht Dynamisch evalueren om leerpotentieel in kaart te brengen. Jo Lebeer (arts  & docent Universiteit Antwerpen, INCENA Inclusion & Enablement) (1,5 u)

4.    Mat.Ander, materiaal anders benutten. Jannes Baert (psycholoog Centrum Ambulante Revalidatie Ter Kouter Deinze & praktijkassistent leer- en ontwikkelingsstoornissen Universiteit Gent)

5.    Metaforisch denken als middel om leren grijpbaar te maken, Jan Vanthomme (Logopedist, Centrum Ambulante Revalidatie Het Roer, Roeselare)  (1,5 u)

6.    Ik reken op (jouw) hulp (Nathalie Colpaert, ergotherapeute, Deinze) –(aanpak dyscalculie) (1,5 u)

7.    Cognitief-mediërend werken met kinderen met ontwikkelingsstoornissen.  Katinka Hol (Feuerstein Centrum Nederland) & Krisztina Bohacs (Mediated Learning Centre Budapest) (2x 1.5 u)

8.    Mindsets bij anders leren. Els Dammekens, logopediste, Breinset, Hasselt (1x 1,5u)

 

17:00     Einde, met een leerstimulerende verrassing gemaakt door de cliënten van Den Achtkanter…

 

Kostprijs 100 €. De tweede deelnemer van eenzelfde instelling krijgt 10% korting, de 3e 20%, de 4e 30% en vanaf de 5e halve prijs.

Inschrijving via : www.sclm.uantwerpen.be

 

 

                

 

 

21:12 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-07-13

Luchtdruk vest!

Bij mensen met autisme of ADHD zijn de prikkels die op hun afkomen soms te overweldigend. Ook emoties doen hen letterlijk bijna uit hun lichaam treden. Een luchtdrukvest moet hen de zekerheid en rust bieden wat dan weer gunstig is voor de aandacht en de contacten met de anderen. Althans dit is wat de ontwerpers beweren van dit product. Goedkoop is het niet zo'n € 300. 

Ik vraag mij af of iemand daar ervaring mee heeft. Laat het mij weten.

 

Groetjes

 

Jan Lachen

http://www.squeasewear.com/nl/

09:42 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-03-13

ADHD is niet alleen een probleem van de kindertijd!

ADHD, epidemologie, onderzoek, prevalentie, voorkomen Een studie in Rochester (Mayo kliniek) volgde 5718 kinderen geboren tussen 1976 en 1982. 7% van die kinderen had ADHD. Zij volgden die kinderen en deden een nieuw onderzoek toen de kinderen jongeren waren van 27 jaar. We moeten er bij vermelden dat de kinderen in die regio meestal tot de middenklasse en overwegend blank zijn! 
 
 Bijna één derde of 29% van de kinderen met ADHD voldoen nog aan de diagnose op volwassen leeftijd. In de groep van volwassenen met ADHD had 56.9% tenminste 1 bijkomende psychiatrische stoornis. Het gaat dan meestal om alcoholmisbruik (26%) anti-sociaal gedrag (17%) en ander middelenmisbruik (16%) angststoornis (14%) en depressie (13%).
 Bij de controle groep (zonder ADHD) hadden slechts 35% een psychische stoornis.  Dit toont aan dat ADHD in veel gevallen een chronische stoornis is. Van de kinderen die als kind de diagnose ADHD kregen hadden er op volwassen leeftijd 37,5% geen psychiatrische stoornis (zoals drug of alcoholmisbruik). En dit laatste cijfer moeten wij vooral goed onthouden.
Een grote groep kan dus met hun ADHD een vrij normaal leven leiden. 

12:09 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-13

Opvoeden heeft zin !!!!!

moeder kind interactie.jpgVooruit daar gaan we weer. Het is weer de schuld van de mama's ... of  niet?  Lees verder en liefst tot het einde!
Volgens een Schots onderzoek daalt de kans dat je kind ADHD ontwikkelt wanneer je veel praat en bezig bent met je kind. De onderzoekers vonden een verband tussen een tekort aan communicatie tussen de moeder en baby en het risico op emotionele en gedragsproblemen zoals ADHD. Ze kwamen tot deze conclusie nadat ze honderden video's (180: 120 controlegroep en 60 kinderen met ontwikkelingsstoornissen) analyseerden van moeders in interactie met hun  12 maand oude baby. Het was een studie die terug ging in de tijd. Men had de dossiers van de kinderen bekeken toen ze 7 jaar waren en op die basis het onderscheid gemaakt tot de  controle groep en de kinderen die een stoornis vertoonden. 
Bij iedere vermindering van 5 klankuitingen per minuut steeg de kans dat het kind later ADHD vertoonde met 44%.
De onderzoekers onderstrepen dat dit niet betekent dat wanneer je niet tegen je baby praat hij of zij later psychologische of psychiatrische problemen zal vertonen. Integen deel deze gegevens moeten gezien worden als een kans. Het juist actief bezig zijn met je kind kan een beschermende factor zijn tegen het ontwikkelen van eventuele later problemen. Het is uiteraard wat simpel om te besluiten dat ADHD veroorzaakt wordt door te weinig bezig  te zijn met je kind op jonge leeftijd. Maar het illustreert wel dat enkel maar genen of een specifiek brein alleen niet verantwoordelijk zijn. Omgevingsfactoren zijn belangrijk en kunnen zowel positief als negatief inwerken op een eventuele voorbestemdheid voor ADHD.  De vaststelling dat men minder actief bezig is met de jonge baby is natuurlijk het gevolg van een wisselwerking. Sommige jonge kinderen, ik denk hierbij aan huilbaby's zorgen er wel voor dat de communicatie anders (lees:moeilijker) verloopt . Laten wij vooral onthouden dat actief communiceren met jonge kinderen is positief ! En dit is eigenlijk geen nieuws want een gezonde normale band met een baby brengt sowieso mooie contacten met zich mee. En dit is niet alleen het geval voor de mama's ook de papa's kunnen die rol op zich nemen. 

 

16:26 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-01-13

Moet je bekijken

Wie op zoek is naar een veelheid van interessante informatie rond autisme en ADHD kan hier zijn gading vinden. 

http://autismeblogs.blogspot.be/

Herman Kruithof die deze blog beheert is een erg gedreven persoon die dagelijks een update creeërt.

roepen.jpg


23-10-12

Omgaan met ADHD boekrecensie door Dhr. Lieven Coppens

Omgaan met ADHD

Auteur: Peter Glorieux & Jan Vanthomme
Titel: Omgaan met ADHD
Een positieve kijk op opvoeden
Website: Roularta Books
Plaats: Roeselare
Jaar: 2011
Pagina's: 224
ISBN-13: 9789086794157
Prijs: € 20,-

omgaan met adhd - een positieve kijk op opvoedenDe auteurs, beiden oprichters van Zorgzaam Omgaan vzw (http://www.zorgzaamomgaan.be), hebben met dit boek waarschijnlijk al veel ouders gerustgesteld en/of nieuwe hoop gegeven. Kinderen met AD(H)D hebben wel degelijk een mooie toekomst voor zich en zijn niet gedoemd om het verkeerde pad op te gaan. Het is gewoon heel belangrijk dat ze te allen tijde kunnen terugvallen op een positieve opvoeding door de ouders en een al even positieve onder-steuning door hun professionele begeleiders (leerkrachten, opvoeders, …) die hen met veel vallen, met één keer meer opstaan dan er gevallen wordt en met milde gestrengheid naar die toekomst leiden. Dit is voor mij de essentie van dit boek dat de auteurs opbouwden rond de waargebeurde verhalen die ze zelf beleefden of die met hen gedeeld werden. Een boek dat eigenlijk een plaats verdient in het fonds van een gespecialiseerde niche-uitgeverij zoals het Nederlandse Pica (http://www.uitgeverijpica.nl). Deze is voor het Nederlandssprekende taalgebied toch wel toonaangevend op het gebied van literatuur over autismespectrumstoornissen, gedragsproblemen en AD(H)D.

De auteurs (her)definiëren opvoeding als een voortdurend verhaal van vraag en aanbod: de opvoedingsvraag van het kind wordt beantwoord door een opvoedingsaanbod van de ouders en/of begeleiders. Dit aanbod bestaat uit vier dynamische aspecten:

  • Aandacht geven;
  • Begrenzen;
  • Helpen;
  • Belonen en (soms) sanctioneren.

Deze dynamiek kun je heel goed opmerken in de communicatie tussen het kind en zijn ouders en/of begeleiders. De auteurs zijn zich trouwens zeer goed bewust van het feit dat deze dynamiek op de ouders van kinderen met een extra zorgvraag (ik gebruik liever deze term dan de term ‘speciale noden’) af en toe zwaar kan doorwegen. Zeker daar waar de vraag van het kind het aanbod van de ouders en/of begeleiders ver overstijgt.

In dit boek houden Peter Glorieux en Jan Vanthomme een terecht pleidooi voor een zorgzaam diagnoseproces dat de beste garantie biedt tegen de kritieken als zou AD(H)D een modeverschijnsel zijn of een zucht naar een goedkoop etiket omwille van de eventuele secundaire voordelen die dit met zich zou meebrengen.

Maar er is (nog) meer. De auteurs maken duidelijk dat kinderen en jongeren met AD(H)D nood hebben aan een globaal opvoedingstraject en beschrijven heel goed waaraan dit moet beantwoorden. Hun waarschuwing voor een opvoedingsburn-out is hier heel terecht. Zowel het kind als de ouders met AD(H)D moeten zich laten ondersteunen. Deze ondersteuning gaat verder dan het gebruik van medicatie voor het kind. Alleen is deze niet altijd (tijdig) te vinden. Het pleidooi dat de auteurs hiervoor houden is meer dan terecht. Over het gebruik van medicatie hebben de auteurs trouwens een zeer heldere en verduidelijkend hoofdstuk geschreven.

Omgaan met ADHD is een geëngageerd boek dat nog meer aandacht verdient dan het nu al krijgt.

21:38 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-08-12

Bij ADHD ontwikkelt het brein zo'n twee jaar trager


                                           

adhd brein versus normaal.jpg

ADHD: zou eerder te verklaren zijn vanuit een vertraagde ontwikkeling dan vanuit een verstoorde werking van de hersenen. Dit is de conclusie uit een onderzoek waarvan verslag werd gedaan in het tijdschrift van 'Biological Psychiatry'. Uit vroeger onderzoek weet men dat de dikte van de hersenschors trager aangroeit bij kinderen met ADHD dan bij syndroomvrije kinderen. In deze studie ging men na of het oppervlak van bepaalde hersengebieden verschilt bij kinderen met of zonder ADHD. 234 kinderen met ADHD en 231 kinderen met een normale ontwikkeling namen deel aan het onderzoek. Ieder kind werd op verschillende tijdstippen gescand. Men startte aan de leeftijd van 10 jaar en de laatste scan vond plaats aan 17 jaar. Op die manier werden 80.000 punten in het brein in kaart gebracht. Dit onderzoek toonde aan dat de voorste regionen van het brein trager ontwikkelen bij kinderen met ADHD. Zo zijn 50% van de gelocaliseerde punten in de rechterprefrontale gebieden ontwikkeld bij syndroomvrije kinderen aan 12.7 jaar terwijl dit bij de groep met ADHD pas 2 jaar later het geval is(14.6 jaar). Het is aan de onderzoekers om verder na te gaan waarom die vertraging optreedt. 

21:23 Gepost door aan(ge)dacht in gezondheidszorg, therapie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-05-12

ADHD A-Z verslag voordracht Prof. Dieter Baeyens

ADHDZ: ADHD van A tot Z

 

Op donderdag 29 maart was Prof. Dieter Baeyens te gast in het CC De Spil. In een uitverkochte zaal konden de toehoorders luisteren naar een anderhalf uur durende uiteenzetting over ADHD. Prof. Baeyens had zijn voordracht opgebouwd rond 5 vragen. We geven hier een relaas van deze boeiende avond.

 

Vraag 1: Komt ADHD vaker voor?

Er worden tal van redenen aangehaald om te staven dat ADHD meer voorkomt. Men verwijst daarbij naar voeding (teveel suikers), maatschappelijke veranderingen onder meer ouders die minder aanwezig zijn doordat ze beide werken, de kinderen die een druk leven lijden  en zo verder. De cijfers tonen aan dat ADHD wereldwijd in de lagere school voorkomt en dus niet te verklaren is vanuit onze jachtige levensstijl. Gemiddeld zou ADHD dus wereldwijd op lagere schoolleeftijd ongeveer 7% voor.

ADHD is geen fenomeen van de laatste jaren. Heinrich Hoffman beschrijft in 1845 een jongentje Filip genaamd die duidelijk het beeld vertoont van een ADHD jongentje. Begin 20ste eeuw is er een eerste wetenschappelijke bijeenkomst over impulsiviteit. Het is pas in de jaren 80 dat de naam ADHD voor het eerst wordt gebruikt.

Hoe we aankijken naar ADHD verandert wel. De nieuwe inzichten die voortspruiten uit onderzoek zorgt wel voor een bredere kijk op ADHD waardoor meer kinderen als dusdanig bestempeld worden.

Vandaag zijn de volgende kernsymptomen van kracht:

     aandachtstekort

     hyperactivieit-impulsiviteit

Deze symptomen moeten wel altijd aanwezig zijn en in meerdere situaties. Het gaat dus om een stabiel voorkomen.

Daarnaast weten we dat deze symptomen ook wel bij iedereen kan voorkomen maar bij ADHD gaat het om een ernstige uitingsvorm. Het gaat om een continuüm waarbij men stelt dat bij een bepaalde ernst we spreken van ADHD. Doen we dit niet en kijken we enkel naar het samen voorkomen van die kenmerken dan zou 20% als ADHD kunnen bestempeld worden.

Tergelijker tijd zorgen de symptomen van ADHD voor problemen in het dagelijks leven. Veel jongeren verliezen allerhande zaken. Volwassenen met ADHD zoeken voortdurend afwisseling op en dit kan bijvoorbeeld op relationeel vlak voor een zeker lijdensdruk zorgen. Op den duur wordt het zelfbeeld aangetast. Anderen gaan zich af reageren op anderen. En deze lijdensdruk is wat uit de lijstje op internet niet voorkomt.

En deze problematiek komt vanuit het kind zelf en moet dus voor de leeftijd van 7 jaar voorkomen.

Tenslotte mag ADHD niet het gevolg zijn van een andere stoornis zoals een leerstoornis of autisme.

 

Leerkrachten rapporteren ADHD sneller dan de ouders en de ouders op hun beurt meer problemen dan het kind zelf.

Op steeds jongere leeftijd wordt ADHD sneller gezien waardoor men de indruk heeft dat het meer voorkomt. De gedragskenmerken van het kind zelf zijn geen reden om te zeggen dat ADHD meer aanwezig is dan vroeger.


vraag 2: Is elk kind met ADHD druk en impulsief?

De indeling van ADHD gebeurt op basis van de drie belangrijkste kenmerken. Namelijk aandachtsproblemen, hyperactief gedrag en verhoogde impulsiviteit.

Je kan dus een aandachtsprobleem hebben zonder dat er sprake is van hyperactief/impulsief gedrag. Men spreekt dan van ADHD van het onoplettende type. In de volksmond spreekt men van ADD en deze vorm komt ongeveer 27% voor binnen de hulpverlening voor ADHD. ADHD van het gecombineerde type vormt ongeveer de helft van de kinderen met ADHD in de hulpverlening. Dit wil zeggen dat er naast aandachtsproblemen ook sprake is van een verhoogde impulsiviteit en hyperactiviteit. Slechts 18% van de kinderen met ADHD, met enkel een verhoogde bewegingsonrust en impulsiviteit zoeken hulp.Deze laatste vorm is een kleutervariant omdat hij vooral op jonge leeftijd gezien wordt. Heel dikwijls is het een opstap naar de gemengde vorm omdat de aandachtsproblemen zich pas bij het begin van de lagere school uiten. 

 

ADHD onoplettend type                                         ADHD gecombineerd type

aandachtsproblemen                                              aandachtsproblemen

° hypo-actief, traag                                                    ° beperkte volgehouden aandacht

° dagdromen                                                             ° flitsende gedachten

sociaal                                                                      sociaal

° passief, teruggetrokken                                            ° sociale tekorten, agressief

° “vergeten” groep                                                      ° “verworpen” groep

academisch                                                              academisch

° schools falen                                                            ° schools falen

° leerproblemen

bijkomende problemen                                          bijkomende problemen

° veel emotioneel                                                      ° veelal gedragsproblemen

 

Als we deze kenmerken bekijken dan is het meteen duidelijk dat kinderen met ADHD niet altijd impulsief en druk zijn.

 

vraag 3: Is ADHD het gevolg van slechte opvoedkundige vaardigheden?

Het antwoord is neen!!!

Er zijn heel wat verscheidene redenen waarom men tot ADHD komt.

Ten eerste is er een heel duidelijke genetische component. Heel vaak wordt ADHD overgedragen van ouder op kind. Wanneer men kijkt naar het algemeen voorkomen van ADHD bij kinderen komt men uit op zo’n 6% (in onderstaande studie- algemeen spreekt men nu eerder over zo’n 7% dixit D. Baeyens). Onderzoekers gingen in gezinnen kijken waar een adoptiekind met ADHD verbleef en men ging dan na hoe vaak er bij zijn adoptiebroers of zussen (die dus niet genetisch verwant zijn met het kind met ADHD) ADHD voorkwam. Men zag dat er nauwelijks meer ADHD voorkwam. Maar wanneer nen naar de echte biologische broers en zussen kijkt dan blijkt er zo’n 32 % ADHD te zijn. Dus de kans dat een broer of zus van iemand met ADHD ook ADHD heeft is 1 op 3!

In die genetische component zit er een code die de hersenontwikkeling gaat bepalen. Het is die neurobiologie, zeg maar de hersenen en zenuwen, die ons gedrag gaan aansturen. Mocht dit op die manier verlopen dan zou het heel makkelijk zijn om ADHD te detecteren bijv. via een bloedprik.

Maar het is niet zo simpel. Er zijn ook nog omgevingsfactoren die een belangrijke invloed uitoefenen. ADHD wordt niet door één gen veroorzaakt. Nemen we het DRD 4 gen. Het gen heeft een invloed op verschillende soorten adhd. Indien je een bepaald type hebt dan is de invloed van bijv. roken groter dan bij een ander type. We hebben dus vanuit de omgeving een invloed op de aangeboren kwetsbaarheid.

De erfelijke component bepaalt hoe ons biologisch systeem vorm krijgt.

De neurobiologie is anders als we grote groepen van ADHD vergelijken met niet-ADHD. Dan zien we verschillen op drie domeinen:

     hersenchemie: de gegevensuitwisseling tussen de zenuwcellen verloopt niet optimaal.

     hersenstructuur: bepaalde gebieden van de hersenen zijn bij kinderen met ADHD 5% kleiner.

     hersenfunctie: bepaalde hersengebieden zijn minder actief.

 

Het genetisch materiaal is te vergelijken met de ingrediënten uit een recept. Maar door andere verhoudingen andere omgevingsinvloeden krijgen we een andere bereiding. Zo krijgen we in het ene geval pannenkoeken en in het ander geval wafels.

 

Niet alle omgevingsfactoren liggen bij de ouders of mama. Op bepaalde factoren hebben we geen invloed.

     Voor de geboorte (prenataal)

     alcohol- en druggebruik bij de moeder

     blootstelling aan toxische stoffen (bijv. lood).

     korte zwangerschapsduur, laag geboortegewicht

     zwangerschapscomplicaties

     Tijdens de geboorte (perinataal)

     complicaties tijdens de geboorte die bijvoorbeeld tot zuurstoftekort leiden.

     Na de geboorte (postnataal)

     gestructureerd en responsief opvoedingsklimaat !!!! positieve invloed !!!!!

     verwaarlozing en misbruik

     eigen middelenmisbruik

     aansluiting bij ‘slechte’ vrienden

 

Op een gegeven moment zie je dat de omgevingsinvloeden bij de persoon zelf liggen en dat het een keuze is die hij of zij maakt zoals het omgaan met bepaalde vrienden.

 

ADHD wordt dus niet veroorzaakt door slechte opvoeding.


vraag 4: Is ADHD in de volwassenheid hetzelfde als ADHD in de kindertijd?

De ontwikkeling bij ADHD kenmerkt zich door een probleem op vlak van de aandacht, de wijze van reageren (impulsief) en het motorisch gedrag (hyperactief). Deze drie kernsymptomen uiten zich op verscheidene manieren naargelang de leeftijd van de persoon.

Prof Baeyens neemt ons mee doorheen de ontwikkeling van Milan.

Baby’s en jonge peuters vertonen een regulatiestoornis. Ze hebben een moeilijk temperament, vertonen eet- en slaapproblemen en zijn moeilijk te kalmeren (huilbaby). Let op! niet alle huilbaby’s vertonen op latere leeftijd ADHD en niet alle kinderen met ADHD waren vroeger huilbaby’s.

In de kleutertijd komen al meer de typische kenmerken van ADHD tot uiting. De top zes van meest voorkomende klachten in die leeftijdszone zijn:

● zijn altijd in de weer.

● vertonen buitensporig loop- en klimgedrag.

● volgen instructies niet op.

● kunnen niet stilzitten.

● vertonen een tekort aan volgehouden aandacht.

● bovendien zijn ze sterk afgeleid.

We zien dus dat de drukte, de hyperactiviteit op de eerste plaats staat. We hebben een categorie drukke kleuters en ergens ook nog een categorie van drukkere kleutertjes. De grens trekken tussen een drukke kleuter en ADHD is niet makkelijk en misschien niet altijd mogelijk.Op die leeftijd is ongeveer 2% al gediagnosticeerd als ADHD.(Amerikaanse studie) 

Het lagere schoolkind is makkelijker en met grotere zekerheid te diagnosticeren. Het gaat om het typisch ADHD-verhaal. We zien de drie kernsymptomen: hyperactiviteit, impulsiviteit en aandachtstoornissen. Daarnaast zijn er algemene gedragsproblemen en treedt er een schoolse achterstand op. Het voorkomen bedraagt ongeveer 7%

Aan het begin van het secundair onderwijs verandert het beeld wat. De ADHD symptomen zijn niet meer zo éénduidig. De hyperactiviteit vermindert. Ze is niet weg maar ze is terug te vinden aan de binnenkant. Vooral op emotioneel vlak zien we veel schommelingen. Er is nog steeds sprake van verhoogde impulsiviteit en aandachtsproblemen. De gedragsproblemen blijven nog aanwezig en opvallend is het experimenteergedrag. Veel jongeren met ADHD vertonen een schoolse achterstand. Aan die leeftijd worden vaak bijkomende diagnoses gesteld.

Bij volwassenen is het bijzonder moeilijk om nog duidelijk ADHD te herkennen. We zien wel vaak een verhaal van een moeilijke schoolperiode, diploma niet of veel te laat behaald. Vaak mensen met een beschadigd zelfbeeld. Of ze hebben het moeilijk om een job te vinden. We stellen meer risicogedrag vast en er zijn  moeilijkheden op relationeel vlak. En dan is het niet eenvoudig om tussen al deze problemen nog de ADHD eruit te halen. Bij de volwassenen zijn er nog ongeveer 3% mensen met ADHD. Bij de mannen verdwijnen de symptomen eerder dan bij vrouwen. Het verschil tussen mannen en vrouwen komt bijna niet meer voor.

In de eerst plaats blijven de organisatieproblemen, structuratieproblemen planningsproblemen en aandachtsproblemen overeind in de volwassen leeftijd.

In een studie keek men hoeveel de symptomen afnemen tussen de leeftijd van 6 en 19 jaar. Tot de helft van de klachten van hyperactiviteit nemen af. Voor impulsivitiet is dit ongeveer 45% en de aandachtsproblemen verminderen met slechts een 20%.

Als ontwikkelingsstoornis evolueert de symptomatologie van ADHD tussen de kindertijd en volwassen leeftijd. Het antwoord op de vraag is dus neen!


 

vraag 5: Verhoogt medicatie de kans op verslaving?  

Het antwoord is neen, meer zelfs het is omgekeerd! In je leven heb je 10% kans op een verslaving. Als je een ernstige vorm met ADHD hebt, bedraagt het risico 40% maar als die ADHD goed behandeld wordt -met ondermeer medicatie- bedraagt de kans slechts 13 tot 14%.

Door medicatie wordt de mallemolen in het hoofd, de rusteloosheid stilgelegd terwijl zonder medicatie er soms naar andere middelen gegrepen wordt zoals jointjes of alcohol, die wel verslavend zijn.

Medicatie, zoals vele medicijnen, geeft soms wel nevenwerkingen:

     verminderde eetlust

     inslaapproblemen

     hartkloppingen

     hoofdpijn

     ….

     rebound effect (op het moment dat de medicatie uitgewerkt is vertonen de kinderen een dipje, zijn ze wat extra druk  … zeer vervelend maar meestal beperkt in tijd).

     interactie met andere medicatie. Zo ziet men dat medicatie voor astma minder werkt wanneer een kind Rilatine ® neemt. De boodschap is dus praat erover met de arts wanneer je een proeftherapie overweegt.

Medicatie is inderdaad een snelle oplossing om ADHD aan te pakken. We weten dat in Wallonië ongeveer 2% van de 9-jarigen Rilatine ® nemen. In Oost-Vlaanderen stijgt dit gebruik al tot 6% en in West-Vlaanderen is dit bijna 9%. Dit is uiteraard een heel vreemde bevinding waar niemand een verklaring voor heeft!!???

Vergeet niet dat medicatie slechts tijdelijk soelaas brengt en dat er dus een nood is aan een bredere ondersteuning. Opvolging door een deskundige arts is essentieel!

 

Daarna had Prof. Baeyens aandacht voor de hulpverlening, adhd in de klas en ging hij graag in op enkele vragen.

Wat dit eerste betreft vermeldde Baeyens de sociale kaart die zij met de Code Lessius opstelden en waarmee je met deze link toegang krijgt.  http://www.codelessius.eu/desocialekaart

Prof. Baeyens is voorstander van een multidisciplinair onderzoek waarbij verschillende personen betrokken worden en waarbij verschillende methoden gehanteerd worden zoals gesprekken, vragenlijsten, interview, observatie ….

Via een gevalsbespreking kregen we wat zicht hoe een onderzoek er op de Code Lessius eruit ziet. Zo vernemen we dat er tijdens een gemoedelijk intake-gesprek volgende aspecten aan bod komen maar dat hierbij het ritme van de ouders of de jongere gerespecteerd wordt.

     symptomatologie: op school, thuis

     somatisch functioneren ondermeer slaapproblemen

     sociaal functioneren

     functioneren binnen het gezin

     persoonlijkheid en emotioneel functioneren

     pedagogisch didactische factoren.

 

Men gaat via interview dieper in op de symptomen. Er wordt contact genomen met derden … school, jeugdbeweging … Aan het einde van dergelijk interview kan er al een diagnose gesteld worden.

Maar hierbij stopt het niet. Men gaat dan via testing een sterkte/zwakte analyse uitvoeren. Bijvoorbeeld hoe staat het met de intellectuele mogelijkheden, de verwerkingssnelheid, geheugen , planning, structuur …

 

In behandeling is er ruimte voor psycho-educatie. Dit betekent dat we de ouders, het kind maar ook de omgeving gaan informeren over de stoornis met de bedoeling dat zij met de gevolgen van ADHD beter kunnen omgaan.

Wat werkt er nu?

Iedereen weet dat medicatie werkt. Maar niet iedereen heeft medicatie nodig!

Psycho-educatie krijgt groen licht maar in Nederland eist men wel dat dit niet enkel bij het kind maar ook  op school gebeurt.

Sociale vaardigheidstraining is effectief als er boostersessies zijn. Dit betekent dat de aangeleerde principes later terug opgefrist worden... dit werkt positief op de transfer.

Wat visolie omega 3, dieet … betreft: op heden is daar  het effect onvoldoende  van bewezen.

 

 

ADHD in de klas

 

We moeten de verwachtingen aanpassen.

 

Kenmerken kind met ADHD                                              Kenmerken en klascontext

maakt achteloos fouten                                            puntenaftrek voor fouten

lijkt vaak niet te luisteren                                           verwachting dat kinderen luisteren

volgt aanwijzingen niet op                                         verwachting dat kinderen opletten

moeite met langdurige inspanning                            verwachting dat kinderen zich een tijdje

kunnen concentreren

raakt vaak dingen kwijt                                             kinderen moeten in orde zijn

staat vaak op in situaties waarin                               kinderen moeten op hun stoel blijven zitten

het ongepast is.

beweegt vaak onrustig                                              kinderen moeten niet teveel zitten wriemelen

gooit antwoorden eruit voordat de vraag                  als de leerkracht spreekt, moeten  kinderen

is afgemaakt                                                             zwijgen

 

Zoals je hierboven ziet, krijg je  twee tegengestelde werelden en het is daar  waar die twee elkaar ontmoeten dat het misloopt. Iemand met ADHD heeft op zich geen probleem. Het is pas een probleem wanneer er bepaalde regeltjes worden opgelegd. 

 

P. Fougerrollas verwoordt  het als volgt: ‘Il n’y a pas de personnes handicapées; il y a seulement des personnes en situation d’handicap’

 

In de klas is er nood aan:

     begrip voor beperkingen

     inspanningen leveren om de kloof te overbruggen

     aanmoediging bij pogingen van kind om kloof te overbruggen

            en dit: IN DE MATE VAN HET MOGELIJKE

 

Tenslotte eindigde Prof . Baeyens met enkele basislijnen bij de interventies:

1.    microniveau:

     leerling met ADHD: psycho-educatie, vaardigheidstraining en bij ernstige gevallen medicatie

     medeleerlingen: psycho-educatie

     leerkracht: psycho-educatie en vaardigheidstraining

ü  ADHD toolkit

ü  aanbod Centrum Zitstil

ü  en we voegen er graag bij Zorgzaam Omgaan met ondermeer Zorgzame Klas (uitg. Acco).

2.    mesoniveau

     school: onderwijs en examenfaciliteiten

     maar volgens ons ook: jeugd- en sportverenigingen ondersteunen waar nodig

     ouderverenigingen via info momenten bijv. via Zorgzaam Omgaan

3.    macroniveau

     beleidsmakers: herfinanciering van het onderwijs.

 

 

Besluit: Het was een boeiende info-avond gebracht door een gedreven expert. Vol geduld en respect ging Prof. Baeyens in op de vragen van het publiek en zelfs na het officiële gedeelte stond hij open voor commentaar. We zijn hem dan ook zeer erkentelijk. 

13:15 Gepost door aan(ge)dacht in gezondheidszorg, onderwijs, therapie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-12-11

Omgaan met ADHD interview met Peter Glorieux

 

 

Afbeelding1.jpghttp://www.youtube.com/watch?v=pRXFyNBHtDM 

15:25 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-12-11

Omgaan met ADHD: een positieve kijk op opvoeden.

Omgaan met ADHD Cover, voor.jpgDoor de eeuwen heen is er niets zo veranderd als de visie over opvoeden. Praten over opvoeden in algemene termen, in de foute veronderstelling dat de ontwikkeling van elk kind hetzelfde verloop kent, is een onmogelijke klus. Binnen onze ‘westerse opvoeding’ merken wij bijzondere fenomenen op. Enerzijds is er een permanente evolutie in de wijze waarop wij met onze kinderen omgaan, bijvoorbeeld wat betreft lijfstraffen, recht op onderwijs, kinderarbeid, vrijetijdsinvulling, gsm-gebruik. Anderzijds zorgt een voortdurende slingerbeweging dat sommige principes komen en gaan, net zoals de slinger van een antieke klok schijnbaar eindeloos van links naar rechts zwaait.

We zullen daarom eerst stilstaan bij het ‘werkwoord opvoeden’ zoals dat ‘nu’ wordt ervaren. Of, met andere woorden: wij zullen verhalen over opvoeden zoals dit voor de meeste ouders, leerkrachten, leiders van jeugdactiviteiten en niet te vergeten de kinderen zelf een dagelijkse realiteit is van geven en nemen, van vraag en aanbod.

Er zijn ontegensprekelijk gevallen waarbij het opvoeden van kinderen, om diverse redenen, bemoeilijkt wordt. Ouders, leerkrachten en alle anderen die bij het opvoeden betrokken zijn, staan dan voor zeer specifieke opvoedingsvragen. Dit is het geval bij een handicap, bij een ernstige ontwikkelingsvoorsprong (bv. zeer hoge begaafdheid) of -achterstand (bv. ernstige mentale handicap), permanente of tijdelijke ontwikkelingsongelijkheid, het brede palet aan ontwikkelingsstoornissen… Deze situaties vergen bijzondere aandacht en ondersteuning. Het ganse gamma in dit boek opnemen zou leiden tot een onleesbaar werkstuk. Daarom beperken wij ons tot de problematiek van de ontwikkelingsongelijkheid en ontwikkelingsstoornissen. Ook die lijst is lang. Te lang. Bij de eerste groep zien wij bijvoorbeeld kinderen met een te hevig temperament, een tijdelijke leerachterstand, hoogbegaafdheid… Daarnaast zijn er de talrijke syndromen geënt op de ontwikkeling: ADHD, ADD, hyperactiviteit, dyslexie, dyscalculie, Gilles de la Tourette...

 

In de loop der jaren is de kennis over opvoedings- en ontwikkelingsproblemen sterk toegenomen. De visies variëren, als in een soort ‘intellectueel perpetuum mobile’. Sommige ervan komen en gaan met de jaren. Andere ogen fris en modern en worden trots als nieuwe inzichten opgevoerd.

Allerhande tendensen hebben door de eeuwen heen de maatschappij gekleurd, en doen dat nog steeds. Telkens wordt een nieuwe verflaag over de oude gelegd. De nieuwe laag zorgt voor vernieuwing en dynamiek, terwijl de onderliggende lagen traditie en stabiliteit garanderen. Oude aspecten en nieuwe inzichten vermengen zich aldus in een voortschrijdend inzicht waarbinnen het individu zich op unieke wijze kan ontplooien om zijn plaats te vinden in de samenleving. Twee voorbeelden: De permissieve of lossere opvoedingsstijl verdwijnt. De meer autoritair gekleurde opvoedingsmethode van vroeger komt actueel meer op de voorgrond. Door de mondigheid van ouders en jongeren verdwijnt het als vanzelfsprekend beschouwen en het blindelings volgen van gezag. Mensen zoeken nu zelf antwoorden op hun vragen: op het internet, bij professionelen, in de bibliotheek... Ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD/ADD halen regelmatig de media. Bij momenten is het zelfs een hype! De media staan bol van kritiek, helaas vaak op negatieve; zelfs demoniserende wijze. ‘Vroeger kregen storende kinderen gewoon een oorvijg… Nu is er voor alles een pilletje’, is een vaak gehoorde gemeenplaats. Terwijl sommigen de medicijnen promoten, schreeuwen andere opvoedingsprofeten: ‘ADHD-medicatie maakt kinderen verslaafd of bezorgt hun hartziektes!’ Politici op hun beurt roepen dat meer speelplaatsen het aantal leerstoornissen zal doen verminderen. De buren spannen processen aan wegens lawaaioverlast. Ouders krijgen de schuld van de gedragsproblemen van hun kind. Maar als ze hulp zoeken, botsen ze tegen onverantwoord ellenlange wachtlijsten aan. Ook in de sociale netwerken laaien de discussies hoog op. In allerhande blogs lees je bijvoorbeeld: ‘Zijn diagnoses in deze sfeer geen “excuussyndromen” om het opvoedingsonvermogen van ouders en leerkrachten toe te dekken? ADHD behandelen: is dit niet enkel voor pedagogisch comfort zorgen voor ouders en leerkrachten?’

Vandaar dat wij in verschillende passages van dit boek duiding geven bij wetenschappelijke tendensen. Wij willen in dit boek zeker niet zeggen hoe opvoeden moet; wel hoe het kan. Hopelijk dragen wij zo bij tot meer rust in de hoofden van de ouders en opvoeders van vandaag.

In dit boek willen wij het opvoeden in het algemeen en het omgaan met ontwikkelingsongelijkheid en -stoornissen in het bijzonder op een positieve manier benaderen. Met doorleefde ‘true stories’ pogen wij de huidige stand van de medische, psychologische en pedagogische inzichten in gewone mensentaal om te zetten. Opvoeden is een boeiende tocht van interpersoonlijke solidariteit waarbij de opvoedende triade ‑ cliënt, gezin, opvoedende omgeving- betrokken wordt. Naast theorie en praktijk willen wij immers ook stilstaan bij de gevoelens die door het opvoedingsproces worden opgewekt.

Nog even dit: wij, de beide auteurs, hebben het meest ‘doorleefde’ ervaring met ADHD. Het zal dan ook niemand verbazen dat wij de problematiek van ADHD/ADD als onze core business, onze kerntaak zien. Toch zullen wij ons in onze verhalen, voorbeelden en theoretische duiding niet tot deze problematiek beperken. Vanuit onze ervaringsdeskundigheid kijken wij af en toe ook naar andere problemen en ontwikkelingsgebonden aandoeningen.

Opvoeden ‑ zeker als er sprake is van ontwikkelingsstoornissen ‑ trekt diepe groeven in de persoonlijkheid van de betrokkenen. Dit boek wil dan ook vooral diegenen een hart onder de riem te steken die tijdens de opvoedingstocht heel even ‑ of vaak ‑ struikelen: de ouders, de leerkrachten, de vrienden en familieleden, de hulpverleners… maar evengoed de kinderen zelf. Om die laatsten is het immers te doen!

 Dit boek is uitgegeven bij Roularta Books het kost €20 en is in de boekhandel verkrijgbaar of via de website www.zorgzaamomgaan.be 

 

Herfst 2011

Peter Glorieux

Jan Vanthomme

19:31 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-06-11

17 Principes voor het opvoeden van een kind met ADHD

 dikke duim.jpg

1.   Bied structuur

De meeste kinderen hebben van zichzelf het vermogen te leren wat kan en wat niet kan. Ze weten al vrij snel wat mag en wat niet mag. Ze leren van hun ervaringen. Kinderen met ADHD hebben een aandachtsstoornis en die belemmert hen die inwendige structuur op te bouwen. Bij hen duurt het veel langer, vandaar die ongeremdheid. Zij hebben dus veel langer duidelijke uitwendige structuur nodig. Het aanbrengen van structuur is dus van groot belang. De structuren die de ouders aanbrengen, scheppen orde en duidelijkheid. Zij stellen grenzen aan de vrijheid en geven regels voor het gedrag van het kind, zonder dat daarbij de eigen identiteit van het kind wordt verloochend. Bij het aanbrengen van structuur moet aan de volgende zaken gedacht worden:

- zorgen voor een rustige en stabiele leefomgeving  

- ordening aanbrengen in de dag

- opdrachten in deeltaken geven

- structuur in het taalgebruik van de opvoeder

 

Dus structuur in de ruimste zin van het woord: in handelen, tijd, taal en ruimte.  

Structuur in handelen betekent: zorgen voor regelmaat, vaste routines. Vaste regels bij het opstaan, wassen, aankleden, eten, naar school gaan. Ook moet er gedacht worden aan vaste regels voor het opruimen van speelgoed. Al gauw ligt er overal wat. Hoe meer speelgoed over de vloer verspreid ligt, hoe onoverzichtelijker het wordt voor een kind met ADHD. Structuur in het aanbieden van speelgoed kan het kind helpen zelf overzicht

te houden

Vaste regels voor de tijden van opstaan, eten, televisie kijken en slapen gaan, zorgen voor structuur in tijd.

Structuur in taal betekent: korte, duidelijke zinnen gebruiken. Vooral bij het geven van een opdracht of als het kind iets verboden wordt. Meerdere opdrachten tegelijk aanbieden werkt verwarrend. Je biedt het kind het beste één opdracht tegelijk aan. Structuur in taal betekent ook: duidelijke woorden. Voor kinderen met ADHD moet je in glasheldere zinnen spreken. Misschien’, ‘soms’, ‘vaak’, zijn woorden die zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Ze zijn ‘rekbaar’ en dus discutabel. Bij sommige kinderen met ADHD kan je dergelijke discussies best vermijden.

Structuur in ruimte houdt in dat alles zijn vaste plaats heeft in huis. Bijvoorbeeld ieder zijn vaste plaats aan tafel.

 

2.   Geef het kind een aanmoedigingspremie in plaats van straf

Belonen werkt beter dan straffen, zeker bij een kind met ADHD. Deze kinderen worden al vaak genoeg op hun vingers getikt vanwege hun ongeremde, impulsieve en/of onnadenkend gedrag. Belangrijk is om alert te zijn voor goed gedrag, hoe miniem ook, en deze ter plekke te belonen. Negatieve gedragingen moeten voor zover mogelijk is, genegeerd worden. Positieve aandacht zal op den duur doorwerken en het gevoel van eigenwaarde verhogen! Voor het bereiken van veranderingen is een positief stimulerende houding nodig waarbij men altijd op dezelfde wijze reageert. 

 

3.   Toon begrip

Agressie, drift, angst en verdriet zijn vaak terugkomende emoties die veel begrip vragen.  

Agressie en drift vragen om een kalme, rustig doortastende houding.

Een agressief of driftig kind kun je bij anderen weghalen en vragen wat er aan de hand is. Vaak kunnen kinderen zelf in hun kwaadheid helemaal niets meer zeggen. Als de emoties gezakt zijn, kan samen met de anderen gepraat worden. Bij angsten en verdriet zijn kinderen geneigd zich terug te trekken, vooral als ze merken dat anderen hen niet begrijpen. Voor hen is het belangrijk dat ze thuis een veilige haven hebben waar ze hun emoties kwijt kunnen. Maar begrens ook de emo-momenten. Sommige kinderen maken gebruik van hun negatieve gevoelens om extra veel aandacht te vragen.  Het is bekend dat bij een (sub)groep van kinderen met ADHD, angststoornissen voorkomen. Het cultiveren van hun angsten en hen daarover laten doordraven voedt  soms hun irreële angsten. Weet hen ook daar te stoppen en breng je boodschap duidelijk over. Soms kan je hen vragen van hun gevoelens op te schrijven of een tekening  te maken…

 

klavertje vier.jpg 4.   Heb Geduld

Door het bieden van structuur, het geven van positieve aandacht en geduldig te werken aan verandering zal je als ouders meer zekerheid ervaren. Verwacht geen grote veranderingen op korte termijn. Wees geduldig en geef niet op! Vaak is het opgroeien van kinderen een processie van Echternach: d.w.z twee stappen vooruit en één achteruit, maar tenslotte ga je wel vooruit! Wanneer ouders toch hun geduld verliezen, is het best om even weg te gaan of het kind weg te sturen. Dan gebeuren er geen dingen waarvan de ouders achteraf spijt hebben. 

 

5.   Geef blijk van je liefde

Al het voorgaande moet verpakt zijn in onvoorwaardelijke liefde. Een schouderklopje of aaien  over hun bolleke zijn kleine dingen die een ouder kan doen om het kind te laten weten dat het van hem of haar houdt. Maar besef ook dat je best wel ontgoocheld of zelfs radeloos kunt zijn. Voel je over deze gevoelens niet schuldig want dit is niet abnormaal. Probeer enkel dit niet over te zetten op je kind. Spreek het zeker niet aan op zijn persoon maar probeer je op zijn/haar gedrag te concentreren. Verlaat de situatie als het teveel wordt. Zorg ook voor jezelf en eigen je de nodige exclusieve tijd toe. Maak daarover afspraken met je partner of spreek iemand aan die even voor de kinderen kan zorgen zodat je wat tijd voor jezelf kan maken.

   

6.   Geef het kind meer directe feedback en laat meteen merken wat de consequenties zijn van zijn gedrag

Kinderen met ADHD lijken veel meer dan andere kinderen te worden beïnvloed door de gebeurtenissen van het moment. Het is daarom belangrijk dat de ouders deel gaan uitmaken van dat moment, want anders zullen ze weinig invloed kunnen uitoefenen op het kind met ADHD. Kinderen met ADHD gaan al snel op zoek naar andere bezigheden als de opdracht waar zij op dat moment mee bezig zijn, eentonig of saai is en weinig beloning oplevert. Om

een kind aan de opdrachten te blijven laten werken, moet het kind bij positief gedrag positieve feedback krijgen. Hierdoor wordt het voor het kind de moeite waard om aan de opdracht te blijven werken. Zo moet ook vastgesteld worden wat de onaangename gevolgen zijn als het kind iets anders gaat doen dan het is opgedragen. Hetzelfde geldt als ouders negatief gedrag willen veranderen. Het kind moet snel beloond worden als het zich goed gedraagt en er moet positieve feedback gegeven worden. Positieve feedback kan gegeven worden door het te prijzen en complimentjes te geven, mits daarbij ook uitdrukkelijk en precies wordt gezegd wat het was. Dit kan ook gebeuren in de vorm van lichamelijke genegenheid. Soms is het nodig het kind een extra beloning te geven. Het kind mag dan bijvoorbeeld iets extra’s hebben of doen. Er kan een systeem bedacht worden waarbij het kind punten kan behalen om iets extra’s te krijgen. Alleen prijzen is niet voldoende om het kind te motiveren aan de opdracht te blijven werken. Hoe sneller de feedback wordt gegeven, hoe meer kans dat dit effect heeft.

 

7.   Geef het kind geregeld feedback

Kinderen met ADHD hebben er niet alleen baat bij als zij snel feedback over hun gedrag krijgen en weten wat de gevolgen zijn, maar ook als dit met een zekere regelmaat gebeurt. Snel feedback, een beloning of straf kunnen nuttig zijn, zelfs als dit maar zo af en toe wordt gedaan, maar het kind is er nog meer bij gebaat als dit vaak gebeurt.

 

8.   Zorg voor gevolgen die een grotere invloed hebben

Er zijn voor kinderen met ADHD duidelijkere en krachtigere gevolgen nodig dan voor andere kinderen om hen aan te sporen hun werk te doen, de regels op te volgen of zich goed te gedragen. Deze gevolgen kunnen de vorm hebben van lichamelijke genegenheid, privileges, iets lekkers, munten of punten, een kleinigheidje zoals speelgoed of iets voor een verzameling en soms zelfs geld.

 

9.   Visualiseer tijd en overbrug tijd waar nodigadhd-news-research.jpg

Kinderen met ADHD hebben een achterstand in hun ontwikkeling van een inwendig besef van tijd en toekomst. Omdat zij niet eenzelfde besef van tijd hebben als kinderen zonder ADHD, kunnen zij niet goed overweg met opdrachten waarvoor een tijdslimiet geldt en waarvoor zij zich moeten voorbereiden. Zij hebben een hulpmiddel nodig dat hen helpt herinneren hoeveel tijd zij hebben voor een bepaalde taak. Een kind krijgt bijvoorbeeld

twintig minuten om zijn kamer op te ruimen, je kunt dan een kookwekker neerzetten op twintig minuten op een zichtbare plaats in de kamer van het kind. Het kind moet verteld worden dat de wekker er staat en waar het staat. Voor opdrachten die meer tijd in beslag nemen, zoals het maken van een verslag, is het belangrijk dat de tijd ‘overbrugt’ wordt. Dit houdt in dat de opdracht in kleinere dagelijkse taken onderverdeeld moet worden, zodat het kind elke dag een deel van de totale opdracht af kan krijgen. Zonder deze hulpmiddelen zal het kind met ADHD waarschijnlijk pas op het laatste moment aan de opdracht beginnen, waardoor het vaak onmogelijk wordt om het goed te doen.

 

10.   Visualiseer belangrijke informatie op de prestatieplek

Zoals al eerder genoemd is het werkgeheugen, of het vermogen om de informatie die nodig is om een opdracht uit te voeren te onthouden, bij kinderen met ADHD veel minder goed ontwikkeld. Om het kind  daarbij te helpen is het handig om belangrijke informatie voor het kind te visualiseren op de plaats waar de opdracht moet worden uitgevoerd. Op die plaats kan bijvoorbeeld een kaart neergezet worden waarop belangrijke regels en geheugensteuntjes geschreven zijn. Bijvoorbeeld: ‘Blijf doorwerken’ of ‘vraag om hulp als je dat nodig hebt’. Met geheugensteuntjes kunnen problemen aangepakt worden die het kind

op de prestatieplek heeft.

 

11.   Visualiseer de motivatie op de prestatieplek

Kinderen met ADHD hebben niet alleen moeite met het internaliseren* van tijd en regels maar ook van motivatie. Zij kunnen niet de inwendige motivatie verzamelen die nodig is om werk te blijven doen dat vervelend en saai is,veel inspanning vergt of lang duurt. Dit tekort aan intrinsieke motivatie kan grotendeels worden overwonnen door het kind van buitenaf te

motiveren door middel van een aanmoedigingspremie, een beloning of een complimentje als het kind zich gedraagt, zich aan zijn opdracht houdt en de regels opvolgt, wat het kind dan ook moeilijk vindt. Zo creëer je een win-win-situatie.

 (* Het eigen maken van vaardigheden, menskwaliteiten, ervaringen, aanleg,

kennis en gevoel.)

 

12.   Visualiseer gedachten en het oplossen van problemen

Kinderen met ADHD lijken niet zo goed te kunnen omgaan met opgeslagen informatie als andere kinderen op het moment dat zij moeten stoppen om na te denken over een situatie of een probleem. Ze reageren impulsief, zonder te overwegen welke mogelijkheden ze hebben.

Deze kinderen kunnen geholpen worden door manieren te zoeken waarmee het probleem en de mogelijke oplossingen gevisualiseerd worden. Een kind moet bijvoorbeeld een opstel schrijven voor school. Je kunt het kind dan in een tekstverwerkingsprogramma alles laten opschrijven wat bij hem/haar opkomt. Op deze manier worden de gedachten van het kind gevangen en kan je telkens ernaar teruggrijpen.Het kind kan nu letterlijk met zijn/haar

ideeën spelen.

 

13.   Streef ernaar consequent te zijn

Bij de aanpak van het gedrag van het kind moet steeds dezelfde strategie gevolgd worden. Consequent zijn betekent letten op de volgende vier belangrijke punten:

- Wees altijd consequent, nee blijft nee, ja blijft ja!

- Geef niet te gauw op als er net met een nieuw gedragsveranderend programma is begonnen.

- Reageer op dezelfde manier, zelfs als de omgeving verandert.

- Zorg dat beide ouders dezelfde methoden toepassen.

 

14.   Geen woorden, maar daden

Kinderen met ADHD hebben geen gebrek aan intelligentie, vaardigheden of verstand, dus alleen maar tegen het kind praten zal geen verandering brengen in de onderliggende neurologische problemen waardoor het kind zo ongeremd is. Het kind is veel gevoeliger voor de gevolgen en de feedback die ouders gebruiken en veel minder gevoelig voor argumentatie dan een kind zonder ADHD.

 

15.   Bereid je voor op probleemsituaties

Boodschappen doen in een winkel kan problemen opleveren. Het kind begint bijvoorbeeld alle verpakkingen open te maken, spullen van de planken te halen, ondanks dat de ouder hem /haar waarschuwt. Deze ellende kan de ouder bespaard blijven door zelf ruim van te voren te bedenken hoe deze problemen het beste aangepakt kunnen worden. Zo kan een actieplan ontwikkeld worden voordat de probleemsituatie zich voordoet. Het kind moet

vooraf verteld worden wat de ouder van plan is als het fout gaat en moet daar ook naar handelen als er een probleem ontstaat. Vergeet vooral niet van snel te belonen (complimentje) als het kind zich goed gedraagt. Zo krijgt het positieve aandacht en weet het meteen dat wat het nu doet, verwacht wordt.

 

16.   Denk eraan dat het kind een handicap heeft

Ouders van een moeilijk opvoedbaar kind met ADHD vergeten soms de problemen van hun kind in de juiste verhoudingen te zien. Zij worden boos, in verlegenheid gebracht of raken gefrustreerd als hun opvoedingsmethode in eerste instantie niet lijkt te lukken. Soms vallen ze zelfs terug tot kinderlijk gedrag en gaan op een kinderlijke wijze staan redetwisten. Een manier voor ouders, om in alle omstandigheden het hoofd koel te houden, is te proberen

om een psychologische afstand tussen ouder en de problemen van het kind te bewaren.

 

17.   Trek je de problemen of de stoornis van het kind niet persoonlijk aan

Ouders moeten zichzelf niet toestaan om hun gevoel van eigenwaarde en persoonlijke waardigheid afhankelijk te maken van het feit dat zij een argument of conflict met het kind heeft ‘gewonnen’. Voor ouders is het belangrijk om kalm te blijven en de problemen te benaderen met een zekere humor.

lachende smiley.gif

 

 

10:06 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-11

Enkele berichtjes

 

ü  In de artsenkrant "De  specialisten"  van 30 november 2010 (nr 46),
  • lezen wij een rechtzetting van Novartis Pharma, de medische firma die Rilatine produceert. Daarin wordt gemeld dat bij ontwikkeling van de speekseltest de reacties op methylphenidaat (het werkzame bestanddeel van Rilatine en Concerta) werden getest. De producent van de speekseltest, Securetec, bevestigde dat de normale therapeutische dosissen niet tekenen bij de speekseltest. Zelfs wanneer iemand 40 pillen Rilatine van 10 mg na elkaar zou innemen zou dit nog niet positief tekenen op de speekseltest!
  •   IJzertekort heeft een negatieve invloed op bepaalde hersenstofjes zoals dopamine waardoor de berichtgeving in het brein niet goed verloopt. Dit kan leiden tot ADHD.  Een Franse studie vond een duidelijk tekort bij kinderen met ADHD (53) ten opzichte van een groep syndroomvrije leerlingen (27).Bij  84% van de kinderen met ADHD werd een ijzertekort gemeten tegenover slechts  18% bij de controle groep.  De conclusie was dat het toevoegen van extra ijzer in die gevallen een gunstige invloed kan hebben op het verminderen van ADHD verschijnselen.
  • We blijven bij de voeding. In het gezaghebbende tijdschrift The Lancet verscheen op 5 februari een artikel over de invloed van een dieet op ADHD. % Het is reeds langer bekend dat bij de oorzaken van ADHD er in 7% van de gevallen sprake is van allergie. Hoogleraar Jan Buitelaar deed onderzoek naar de invloed van een RED-dieet. Dit staat voor Restricted Elimination Diet. In gewone taal betekent dit dat kinderen met ADHD starten met een allergie vrij dieet gedurende vijf weken. Indien het gedrag verbetert, wordt er systematisch –op individuele basis- afzonderlijke voedingsmiddelen  toegevoegd. Zo kan men nagaan welke voedingsaspecten de ADHD veroorzaken. Bij 2/3 kinderen met ADHD zou dergelijk dieet een aanzienlijke vermindering van het ADHD gedrag veroorzaken. Ook kinderen die  opstandig gedrag vertonen zouden handelbaarder worden.  De psychiater stelt voor om bij iedere behandeling dit dieet standaard in te bouwen! Wordt verder gevolgd!!!!. 

21:26 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-10

Zorgzame Klas: Psycho-Educatie voor de Basisschool

Verschijningsdatum:
oktober 2010 
Productsoort:
Boek 
ISBN:
9789033482021 
Pagina's:
ca 176 
Rubriek:
(Ortho)pedagogiek en onderwijskunde  
Nieuwe afbeelding.pngZorgzame Klas is een psycho-educatief model dat zich richt naar leerlingen van de basisschool (vanaf het vierde leerjaar) waarvan één of meerdere medeleerling(en) een ontwikkelingsongelijkheid vertonen. Dan gaat het over diagnoses als ADHD, dyslexie, dyscalculie, DCD en Gilles de la Tourette. Leerlingen ervaren die klasgenoten soms als té temperamentvol. Of ze merken op dat afspraken oneindig herhaald worden. Hun leerproblemen remmen het groepsproces af. Dat lokt in de groep vaak irritaties uit. Soms evolueert dit zelfs tot pestgedrag! Spijtig, want de school is een belangrijke sociale voedingsbodem waarin elk kind zich goed behoort te voelen!

De leerkracht, zorgleerkracht, schoolpsycholoog of andere professionele begeleiders vinden daarom in dit boek handvatten om met de klassengroep op weg te gaan. De rol van de leerkracht als permanente begeleider van dit zorgtraject wordt hierbij in de verf gezet. Het hoofdstuk over de eigenlijke Zorgzame Klas–lessenreeks bevat instructies voor de begeleider, zodat hij/zij deze feilloos kan toepassen. Tijdens deze uitgewerkte les van 3 lestijden krijgen de kinderen klare metaforen en praktische oefeningen aangereikt. Zo verwerven ze informatie over de hersenen, het gedrag, de aandachtsfuncties, het leren, ontwikkelingsongelijkheid… . Zo leren ze tenslotte hoe beter om te gaan met medeleerlingen, ook als ze net anders zijn.

Over de auteurs:

Peter Glorieux, maatschappelijk werker, is sinds 1978, zowel professioneel en als ouder, betrokken bij de ADHD problematiek. Hij is auteur van het boek Gevraagd Superouders. Hij is medeoprichter van Zorgzaam Omgaan vzw.

Jan Vanthomme, logopedist, is reeds 30 jaar werkzaam in een multidisciplinair team voor kinderen en jongeren met gedrag- en leerproblemen. Hij is medeoprichter van Zorgzaam Omgaan vzw, en lid van de Raad van Bestuur van het Centrum ter Bevordering van de Cognitieve Ontwikkeling www.cebco. be Hij is mede-auteur van Leren leren met Reflecto (Acco, 2009).

21:46 Gepost door aan(ge)dacht | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-08-10

Leren leren met Reflecto

 

Leren leren met Reflecto is een model van de Canadese Psycholoog Pierre Paul Gagné. Dit werk is een handleiding om met leerlingen in gesprek te komen over het leren. Door gebruik te maken van metaforen (beroepen) worden efficiënte denkmiddelen aangereikt. Dit werk werd door Jan Vanthomme, Johan Warnez en Jannes Baert vertaald en uitgegeven bij Acco (2009)boek leren leren met Reflecto.gif. zie ondermeer www.cebco.be.Stoer

09:36 Gepost door aan(ge)dacht in gezondheidszorg, onderwijs, therapie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-03-09

Biofeedback en ADHD

Wat kan neurofeedback betekenen in de behandeling van ADHD ?

 nexus_neurofeedback1

Inleiding.

Neurofeedback, ook EEG [1]biofeedback genoemd, is een begeleidingsvorm voor ADHD dat al een aantal jaren bestudeerd en gebruikt wordt.
In deze behandeling krijgen individuen onmiddellijke feedback (informatie) over hun hersengolven en worden ze geleerd hoe ze hun hersengolfactiviteiten kunnen wijzigen. Op een onbewuste wijze en via computerspelletjes trainen volwassenen en kinderen hun concentratie. Het is een leerproces. Op voorhand worden de grenzen vastgelegd waarin de hersengolven zich dienen te bewegen. Door middel van elektroden wordt de hersenactiviteit gemeten en indien de golven zich binnen de vooropgestelde waarden bevinden gaat bijv. een wagentje harder rijden of moet de proefpersoon een aapje doen klimmen enz… Dit is afhankelijk van de methode zoals Neuromatrix of Play Attention. De klassieke neurofeedback gebeurt als volgt: We citeren uit
http://www.add-adhd-plus.com/neurofeedback-verloop.html
Tijdens een sessie zit de behandelde persoon voor een computerscherm. Een drietal sensoren worden op de schedelhuid en de oren gekleefd, waarmee de EEG-signalen via een versterker naar het computerprogramma worden geleid. Daar worden in real-time filteringen uitgevoerd, en worden drempels ingesteld om vast te stellen wanneer de meetwaarden van bepaalde EEG-frequentiebanden boven of onder een ingestelde drempel komen. Al naargelang de instelling van het programma volgt feedback onder vorm van een vooruitlopend spel of film op het scherm, al dan niet gepaard gaande met geluid of muziek. Dit is de feedback aan de hand waarvan de hersenen getraind worden in de richting die door het programma bepaald wordt. Een sessie duurt meestal een halfuur. Op het einde van de sessie worden de scores genoteerd die tijdens de sessie behaald worden, om zo de evolutie te kunnen opvolgen. De behandelde persoon hoeft hierbij enkel rustig de voortgang van het feedbacksignaal in het oog te houden, zonder op een bewuste manier te trachten dit te beïnvloeden”Een nieuwe vorm is de chaoscontrole neurofeedback. Deze bestaat uit het volgende :Links centraal op de schedel komt een sensor alsook rechtscentraal, alsook twee senoren aan elk oor. Tijdens een sessie kijkt en luistert het kind (of volwassene) naar bewegende beelden of een film samen met het geluid. Slechts nu en dan zijn er heel korte onderbrekingen in beeld en geluid. Dit gebeurt op momenten dat in het EEG een begin van "turbulentie" optreedt in één of meerdere frequentiebanden links en/of rechts. Door deze korte onderbrekingen ontstaat een oriëntatiereactie waardoor de turbulentie verdwijnt. Dit verloopt op onbewust niveau. Hierdoor ontstaat er geleidelijk een wijziging van het EEG, waarbij meerdere frequentiebanden evenwichtiger zullen bijdragen tot het EEG. Hierdoor ontstaat er een verhoogde complexiteit, met als gevolg een (lichte) bewustzijnstransformatie waarbij het gedrag meer aangepast inspeelt op wisselende omstandigheden.”

Neurofeedback is gebaseerd op de bevindingen die voortvloeien uit het meten van de hersenactiviteit bij verscheidene individuen met ADHD. Daaruit blijkt dat deze mensen een verminderde activiteit vertonen op het prefrontale en frontale gebied (voorste delen) van de hersenen.

Binnen de medische en wetenschappelijke kringen bestaan er verschillende gezichtspunten over het nut van neuro-feedback bij de behandeling van ADHD. Aan de ene kant zijn er beroemde onderzoekers die stellen dat er een tekort is aan wetenschappelijke gegevens om het effect van die begeleidingsvorm te bewijzen. Andere onderzoekers halen aan dat er voldoende effect is van neurofeedback op ADHD.

In lezingen en vormingen die in Vlaanderen door vooraanstaande dokters verzorgd worden, horen we nimmer iets over de behandeling met neuro-feedback. Er wordt gewoon (nog) niet over gesproken!

Ook al bestaan  er  beloftevolle resultaten. Er blijft een behoefte aan bijkomende gecontroleerde studies om de potentiële voordelen van deze benadering te bepalen.

In een artikel uit het “Applied Psychophysiologie en Biofeedback” tijdschrift(Monstra 2002) wordt verslag gedaan over het effect van EEG biofeedback.

We hebben geen zicht op de wetenschappelijke degelijkheid van zowel dit tijdschrift als dit onderzoek zodat we de resultaten zeer voorzichtig moeten benaderen !!!

 

Aan de studie namen 100 kinderen deel (83 jongens/17 meisjes). De gemiddelde leeftijd bedroeg 10 jaar. (tussen 6-19 jaar). Bij het selecteren van de kinderen hanteerde men de DSM IV criteria, moesten de kinderen zwak scoren op een computer aandachttesten vertoonde de QEEG [2]scan een verstoord patroon.
De helft van de groep kreeg in de begeleiding neurofeedback, de nadere helft kreeg dit niet. Beide groepen kregen wel medicatie en verder was ook ouder- en schoolbegeleiding voorzien.

 

De begeleiding
De neurofeedback therapie gebeurde op wekelijkse basis en duurde 30 tot 40 minuten. Regelmatig werd een QEEG afgenomen om het trainingseffect na te gaan. De training duurde één jaar of tot het QEEG patroon normaal was.
Het gemiddeld aantal sessies nodig om dit te bereiken bedroeg 43.

Alle deelnemers kregen Rilatine ®  gedurende dit jaar. De gemiddelde dosis bedroeg 25 mg (verdeeld over drie innamen: 1 pilletje ’s morgens , 1 ’s middags en ½ in de late middag). Alle kinderen kregen de laagste dosis waarmee een normale score werd behaald op een computer aandachtstest.

De ouderbegeleiding bestond uit 10 sessies gevolgd door individuele consultaties, volgens noodzaak. Het gemiddelde aantal uren oudercontact gedurende deze 12 maanden bedroeg 25 uren in de groep met neurofeedback en 27 u bij de ander oudergroep. 

 

Resultaten

  1. Na één jaar begeleiding werden de kinderen geëvalueerd. Die evaluatie hield het volgende in:

¬            afname van een vragenlijst voor ADHD (ADDES) bij ouders en leerkracht.

¬            afname van de computertest voor aandacht (TOVA)

¬            de aandachtscore gebaseerd op een QEEG scan.

De evaluatie gebeurde onmiddellijk bij het beëindigen en een tweede keer nadat de deelnemers één week medicatievrij waren. Bij het begin van dit onderzoek was ook al eens zo’n afname gebeurd zodat eventuele verandering door therapie meetbaar was.

  1. Resultaten na één jaar – maar nog onder medicatie:

TOVA (computertest voor aandacht) : beide groepen scoren normaal wat te verwachten was aangezien de medicatie verder werd genomen.

Buiten de verwachtingen bleken de scores op de vragenlijsten voor ouders en leerkrachten zwak bij de groep die geen neurofeedback kreeg. De groep met neurofeedback scoorden normaal.

  1. Resultaten na één week zonder medicatie.

De groep zonder neurofeedback bleef duidelijk ADHD symptomen vertonen en ook de aandachttest en het QEEG scoorden zwak. In tegenstelling zag men in de groep met neurofeedback wel een positieve evolutie. Zelfs de activiteit van de hersenschors (gemeten met QEEG) viel binnen de normale waarde.

Om de invloed van de ouders in kaart te brengen, ging men na in welke mate de ouders systematisch gedragsveranderingtechnieken - uit de cursus - hadden toegepast.
Bij de groep zonder neurofeedback bleek dat het al of niet toepassen van de gedragsveranderingtechnieken weinig invloed had op het gedrag. Maar bij kinderen die neurofeedback kregen, lag dat anders. Daar was er wel sprake van een positief effect bij het systematische gebruik van gedragsveranderingtechnieken door ouders.

 

Besluit De resultaten van dit onderzoek geven aanwijzingen dat neurofeedback een belangrijke meerwaarde is in de behandeling van ADHD. Enkel de groep met neurofeedback vertoonde een blijvende verbetering van het gedrag, zelfs wanneer de medicatie (voor 1 week) werd stopgezet.
Belangrijk was ook de vaststelling dat het positieve effect meetbaar was op niveau van de hersenactiviteit . Het typische patroon voor ADHD van trage corticale hersengolven was verdwenen.!

 

Opmerkingen.

De bevindingen uit dit onderzoek zijn indrukwekkend maar zoals bij iedere studie moeten we ook de beperktheden zien.
Het is verrassend dat er geen verbetering vast te stellen was bij bevraging van ouders en leerkrachten mbt de ADHD-symptomen - zelfs als de kinderen medicatie namen. Want een uitgebreide (en betrouwbare) MTA studie
[3]liet wel een duidelijke gedragsverbetering zien bij behandeling met medicatie al of niet in combinatie met gedragsinterventies( en dit over een periode van 14 maand!).

De proefgroep kende een vrij grote leeftijdsspreiding 6-19 jaar. Het is niet bekend of de gemiddelde leeftijd tussen beide onderzoeksgroepen gelijkwaardig was.

Het feit dat de ene groep neurofeedback kreeg kan ook psychologisch ingewerkt hebben , zeker inzake de gedragsverandering. Blijft natuurlijk het verschil in hersengolven! Maar ook wat dit laatste betreft is er bij heel wat deskundigen scepticisme over het verband tussen dergelijke golven en ADHD. De deelnemers die neuro-feedback kregen dienden daar voor te betalen wat gezien de kost wel zal gezorgd hebben voor een hogere motivatie om de adviezen te volgen.

Tenslotte ontbreekt het bij dit onderzoek aan gegevens over de schoolse ontwikkeling. Nochtans is het leren een belangrijke indicator voor een positieve of negatieve evolutie (werking) van de aandacht.

 

Je merkt er bestaan nog heel wat vragen onduidelijkheden bij dergelijk onderzoek. Zo lang gerenommeerde deskundigen op een doorzichtige wijze geen onderzoek publiceren moet we heel argwanend blijven voor dergelijke publicaties. Met mooie woorden, en een pseudo wetenschappelijk taalgebruik is het verleidelijk om zo’n programma’s - die trouwens vaak duur zijn - voor efficiënt  aan te zien. Bovendien maakt men graag gebruik van zogenaamde NASA technieken wat ouders moet overhalen tot het volgen van zo’n begeleiding.




[1] EEG electro encephalogram

[2] Quantitatief EEG

[3] MTA Multimodal treatment study ADHD

19:02 Gepost door aan(ge)dacht in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adhd, neurofeedback, biofeedback, qeeg |  Facebook |

ADHD en slaapproblemen

 ADHD en SLAPEN §

ADHD van het impulsief-hyperactieve type of de gemengde vorm, gaat heel vaak gepaard met slaapproblemen.

De slaapproblemen komen bij sommige kinderen al voor juist na de geboorte: bij huibaby’s of baby’s die maar niet leerden doorslapen. Maar de meeste slaapproblemen samen met ADHD doen zich voor, vanaf 12 jaar. Net zoals ADHD niet verdwijnt rond de adolescentie, verdwijnt ADHD soms ook niet ’s nachts.!

Vroeger werden slaapstoornissen genoemd als kenmerk binnen het beeld van ADHD. Omdat er te weinig wetenschappelijk bewijs was liet men dit kenmerk vallen.

Volgens William Dodson [1] zou het criterium “slaapstoornis” in de diagnose voor volwassenen opgenomen worden in de DSM V in 2010! Nu worden de slaapproblemen ontzien of geassocieerd als een stoornis met een onduidelijke relatie tot ADHD. Slaapmoeilijkheden worden te vaak verkeerdelijk gelinkt aan de stimulerende medicatie voor ADHD!

Slaapproblemen bij ADHD behoren meestal tot de volgende 4  categorieën.

  1. Inslaapproblemen: Ongeveer ¾ van volwassenen met ADHD geven aan dat ze hun gedachten niet kunnen stoppen bij het slapen gaan. Velen beschrijven zichzelf als “nachtuilen” die een opstoot aan energie krijgen wanneer de zon ondergaat. Voorafgaand de puberteit hebben 10 tot 15 % van de kinderen problemen met inslapen. Dit is 2 x zowel als bij syndroomvrije kinderen. Met de leeftijd stijgt het aantal ADHD-ers met inslaapproblemen drastisch: aan 12,5 jaar ongeveer 50 % ; aan 30 jaar rapporteren meer dan 70 % van de ondervraagde ADHD-ers dat ze meer dan 1 uur “proberen” om in slaap te vallen.!
  2. Rusteloze slaap. Eens iemand met ADHD in slaap valt is zijn/haar slaap erg rusteloos. Ze draaien en keren. Ze worden van het geringste geluid wakker. Hun onrust is soms zo erg dat de partner kiest om in een afzonderlijk bed te slapen!
  3. Moeilijk ontwaken. Dr. Dodson meldt dat 80% van de volwassenen met ADHD in zijn praktijk verschillende malen wakker worden voor 4 uur in de morgen. ‘s Morgens zijn ze dan  zo moe dat ze de wekker niet horen. Ze zijn dan meestal niet uitgeslapen en humeurig. Vaak zeggen ze pas wakker te zijn tegen de middag!
  4. Indringende slaap. Zo lang een ADHD-volwassene gericht is, aandacht geeft of gemotiveerd is zijn er geen symptomen van slaapstoornissen. (hyperfocussen). Maar wanneer men de interesse voor de activiteit verliest zoeken de hersenen nieuwe interesses. Wordt de aandacht niet aangescherpt dan ontstaat een plotselinge slaperigheid zelf soms zo erg dat iemand in slaap valt. Dr. Maria Sigurdson vond bij EEG onderzoek dat er op dat moment “theta-golven” indringen tussen de alfa en beta aandachtsgolven. Het indringen van de thetagolven zien we bij de leerling die plots van zijn stoel valt. Dit verschijnsel zou levenslang blijven en kan zich dus ook voordoen bij het autorijden op een lange  - saaie – autosnelweg!


 

Tenslotte enkele tips van Dr. Dodson.

DOEN

NIET DOEN

¬            Drink een glas warme melk

¬            Alcohol drinken voor het slapen gaan

¬            Drink kamille thee

¬            Cafeïne houdende dranken of versnaperingen tot zich nemen (zoals koffie, chocolade...) minder dan 4 uur voor het slapen.

¬            Neem een warme douche of bad voor het slapen

¬            Neem een grote maaltijd voor het slapen. De maag heeft 4 uur nodig om dit te verteren.

¬            Neem een kleine snack

¬            Medicatie nemen voor het slapen gaan.

¬            Zoek hulp wanner je last hebt van het RLS syndroom (rusteloos gevoel in de benen)

 

 

 wake%20up%20call

WAT TE DOEN BIJ SLAAPPROBLEMEN ???????§

In de overgrote meerderheid van de gevallen moet geen enkel onderzoek worden uitgevoerd. Een slaaponderzoek (registratie van de slaap) is enkel aangewezen in complexe gevallen.
Slaapstoornissen bij kinderen komen meestal spontaan in orde, zeker als de ouders er passend op reageren.

  • Een goede levenshygiëne is een eerste vereiste.
  • is inderdaad belangrijk dat de ouders erop toezien dat het kind op vaste uren gaat slapen,
  • en rustige omgeving,
  • en licht avondmaal.
  • verhaaltje voorlezen en een waaklampje in de kamer laten branden kunnen het inslapen bevorderen.
  • de leeftijd van ongeveer 4 jaar kan ook een middagdutje nuttig zijn.


Als het kind 's nachts wakker wordt:

  • moet u het geruststellen,
  • daarna moet u het terug in zijn bedje leggen.


In geval van een nachtmerrie:

  • Luister naar het kind en troost het.
  • kind zal terug inslapen zodra het gerustgesteld is.
  • er eventueel 's anderendaags over spreken opdat het kind zijn angst zou kunnen verwoorden en u er misschien de reden van geven.
  • Het kan ook dat de nachtmerries niet ernstig zijn en een noodzakelijke fase in de evolutie vormen.
  • Bedplassen kan erop wijzen dat het kind niet genoeg slaapt, bijv. als het geen middagdutje meer doet. Het kind moet dan 's avonds vroeger gaan slapen ofwel laat u het 's morgens wat langer slapen, als dat mogelijk is.

Wat mag men niet doen?

  • Geen enkel geneesmiddel kan slaapstoornissen genezen behalve in geval van een ziekte die door een arts werd gediagnosticeerd.
  • Een kind dat weent (pavor nocturnus) of 's nachts opstaat (slaapwandelen) niet volledig wekken. Het kind zou er nog meer verward door raken.
  • De slaap van de allerkleinsten moet worden gerespecteerd. Het is geen probleem als de zuigeling een fles of borstvoeding overslaat. Maar als het kind wakker wordt van de honger, moet u het eten geven.
  • Een middagdutje is belangrijk voor kleine kinderen, maar mag niet te lang duren of te laat in de namiddag plaatsvinden, want dan zou de nachtelijke slaap eronder kunnen lijden.
  • Denk niet dat het kind beter zal slapen als u het later te slapen legt. Integendeel, het zal slaap te kort hebben en zou 's morgens vroeger kunnen ontwaken.
  • Laat het kind 's avonds geen spel spelen dat het agiteert of zenuwachtig maakt.
  • U mag ook niet de slechte gewoonte aankweken het kind te laten inslapen in uw armen of in uw bed. Als het dan 's nachts wakker wordt, zal het beseffen dat het alleen in de kamer ligt en beginnen wenen...

 http://www.teleac.nl/beterslapen/index.jsp?nr=574751

 

 



§ Gebaseerd op artikel uit ADDitude 2005

[1] Dr. Dodson is psychiater in Denver, Colorado (V.S.). Hij is gespecialiseerd in de behandeling van volwassenen met ADHD. Verder doet hij onderzoek naar slaapstoornissen.

§ overgenomen uit slaapstoornissen bij kinderen www.gezondheid.be

18:57 Gepost door aan(ge)dacht in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kinderen, adhd, slaapstoornissen |  Facebook |